22 mei 2013

Pleidooi voor culturele vrijheid

Na twee decennia waarbij de immigratie aanhoudend recordhoogtes bereikte, belandt ons land in een nieuwe fase van zijn geschiedenis. De multiculturele samenleving is voorbij, we zijn beland in de superdiverse samenleving.

In de jaren ’80 en ’90 bestond onze samenleving uit een blanke ‘Belgische’ meerderheid en een beperkt aantal minderheden van Zuid-Europese, Maghrebijnse en Turkse origine. Die minderheden zijn vandaag in aandeel gegroeid en bovendien zijn er een pak nieuwe minderheden bijgekomen uit de rest van Europa, uit Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika,… Volgens het Centrum voor Gelijkheid van Kansen waren er in 1991 ongeveer 1,2 miljoen landgenoten niet als Belg geboren, begin 2010 was dat aantal opgelopen tot 1,9 miljoen.

Vooral de groei van al deze minderheden in de jaren 2000 is opvallend: 41% op 10 jaar tijd tegenover 13% tijdens de jaren ‘90. Daarbij komt nog een onbekend maar groot aantal landgenoten die als Belg geboren zijn maar die een ouder (of grootouder) hebben die niet als Belg geboren werd. Niet alleen in Brussel of Antwerpen is het aantal nationaliteiten en talen geëxplodeerd, het is een fenomeen dat zich in heel Vlaanderen voltrekt, denk maar aan Aalst, Vilvoorde, Sint-Niklaas,… Zelfs in gemeenten als Boom duiken nu debatten op rond hoofddoeken, Menen voelt zich geroepen om naar Antwerps voorbeeld een vreemdelingentaks in te voeren.

Superdiversiteit wijst op de evolutie van migratie van ‘mensen uit een klein aantal landen van herkomst naar een klein aantal gastlanden’ naar ‘mensen uit een zeer groot aantal landen van herkomst naar een zeer groot aantal gastlanden’. Etnisch-culturele achtergrond wordt steeds minder een indicatie, omdat (nazaten van) immigranten steeds meer verschillen qua opleiding, werk en inkomen en groepen met elkaar mengen.

Het is onvermijdelijk dat deze superdiversifiëring van onze samenleving zich verder zal doorzetten. In veel landen zal de drang om naar de EU te migreren eerder toe- dan afnemen. Zelfs al verstrengen we ons immigratiebeleid, dan nog leert het verleden dat via volgmigratie en demografische groei, geïmmigreerde bevolkingsgroepen een aantal decennia lang sterk aangroeien. Eurostat berekende dat de Belgische bevolking tegen 2060 met 24 procent zal stijgen tot 13,5 miljoen Belgen, voor het grootste deel door de migratie. Politici die het voorstellen alsof deze klok kan teruggedraaid worden, maken de bevolking blaasjes wijs. De vraag is niet hoe we deze superdiverse samenleving kunnen doen verdwijnen, de vraag is hoe we ermee omgaan.

Hoewel deze superdiversiteit ons land vooruit stuwt (demografisch, economisch, cultureel,…), verloopt ze heel moeizaam. Mensen die hier al lang wonen, voelen zich bedreigd. Aan de andere kant ondervinden Vlamingen en Brusselaars van vreemde afkomst dagelijks de uitsluiting aan den lijve zodat onder minderheden de tendens toeneemt om zich af te zonderen. ‘60% van de moslimjongeren denkt dat de Vlaamse maatschappij hen nooit als geïntegreerd zal beschouwen, slechts 30% voelt zich aanvaard door de Vlaamse maatschappij,’ concludeerde een recent onderzoek in opdracht van de Gazet van Antwerpen.
Deze zinderende maatschappelijke spanning uit zich ook in het taaldebat. Meertaligheid rukt op. Volgens Kind en Gezin spreekt bijna een kwart van de jonge moeders in Vlaanderen geen Nederlands met hun kinderen. Veel Vlamingen vinden dit bedreigend omdat er voortdurend nieuwe mensen naar hier komen die de taal niet spreken. Ze hebben het gevoel dat de integratieklok telkens wordt teruggedraaid.

Het momenteel dominante ideologische antwoord in vele Europese landen op deze culturele superdiversiteit, is een versterkt teruggrijpen naar een monocultureel ideaal. In ”De nieuwe religieuze intolerantie” (2012) betoogt de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum dat in Europa homogeniteit en culturele assimilatie altijd het overheersende paradigma zijn geweest. Nussbaum vergelijkt Europese landen met gated communities. De lokale variant daarvan is bij ons de N-VA-ideologie, met als dominante en publieke cultuur ‘de Vlaamse cultuur’. Nieuwkomers moeten ‘hun cultuur’ privé houden, de publieke cultuur erkennen en zich engageren om eraan deel te nemen. Deze invulling van burgerschap draait de zaken om: je bent geen burger omdat je hier woont, je wordt pas burger als je de dominante cultuur omarmt.

Nu N-VA steeds meer beleidsverantwoordelijkheid krijgt, wordt deze ideologie ook omgezet in concreet beleid. De N-VA zweept de Vlaamse regering op - CD&V en sp.a laten dit gebeuren - om inzake taal een schild-en-vriendbeleid te voeren: de verwerving van het Nederlands geldt als voorwaarde tot deelname aan de samenleving. ”Wie mijn taal spreekt, behoort tot mijn club,” zo verwoordde Bart De Wever het ooit. Het inburgeringsbeleid van Geert Bourgeois vertaalt dit concreet: je bent niet langer ingeburgerd als je een inspanning hebt geleverd om Nederlands te leren, maar pas als je slaagt in een examen Nederlands.

Kennis van het Nederlands is noodzakelijk om elkaar te verstaan en dus voor de sociale samenhang. Maar op dit moment is er iets anders aan de gang. Taal wordt gebruikt als uitsluitingsmechanisme en werkt zo de sociale samenhang actief tegen. Minister van Inburgering Bourgeois schiet in een kramp als ambtenaren in een andere taal dan het Nederlands tweeten en Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans ziet nog liever een lege tekstballon dan een niet-Nederlandstalige tekst. Ook op lokaal vlak gaan de eerste maatregelen van nieuwe gemeentebesturen onder leiding van N-VA in coalitie met de klassieke partijen - Aalst op kop - opvallend vaak over culturele en religieuze aangelegenheden, zoals de plaats van symbolen van de cultuurgemeenschap (Vlaamse vlag en feestdag) en taalgebruik.

Het is goed en nodig dat we nieuwe antwoorden zoeken op de veranderde context van culturele superdiversiteit. De monoculturele piste die in Vlaanderen en Europa opgeld maakt, is voor mij echter de verkeerde. Ze verhoogt maatschappelijke spanningen en geeft vele Vlamingen het gevoel er niet bij te horen.

Ik wil daarentegen een krachtig pleidooi houden voor culturele vrijheid als antwoord op de superdiverse samenleving. Hoe sterk en bevrijdend is de gedachte dat we onze eigen opinie mogen vormen. Dat we mogen geloven wat we willen, onze eigen voorkeuren en uiterlijkheden bepalen. ‘Cultuur’ kregen we onopgemerkt doorgegeven in het gezin en de samenleving. Het is goed dat die patronen ook in vraag gesteld kunnen worden. En de aanleiding daarvoor is vaak de confrontatie met andere culturen. De toonaangevende Britse politicoloog Bhikhu Parekh schreef daarover: ”Geen enkele cultuur draagt alles wat van waarde is in zich en ontwikkelt alle menselijke mogelijkheden. Verschillende culturen corrigeren elkaar en vullen elkaar aan. (…) Culturele diversiteit is een belangrijk onderdeel en voorwaarde voor menselijke vrijheid. (…) Culturele diversiteit is een objectief goed, omdat het zo’n onmisbare voorwaarden voor menselijke vrijheid creëert zoals zelfkennis, zelfrelativering en zelfkritiek.”

Culturele vrijheid heeft niks te maken met cultuurrelativisme. Culturele vrijheid betekent dat we respect moeten hebben voor het recht van gemeenschappen om culturen uit te bouwen, maar niet dat elke culturele praktijk op evenveel respect moet kunnen rekenen. De aanhangers van de monocultuur maken de denkfout dat, vermits sommige culturen hoger ingeschat kunnen worden dan andere, ze zich aan die andere cultuur mogen opdringen, en negeren zo het recht zelf op de eigen cultuur. Cultuurrelativisten maken de omgekeerde denkfout dat we, aangezien iedereen recht heeft op een eigen cultuur, geen kritiek mogen geven op de inhoud ervan. Integendeel, voor mij zijn cultuur- en godsdienstkritiek bijzonder belangrijk in een samenleving.

De voorstanders van de monocultuur stellen dat een gemeenschappelijke cultuur nodig is om samenhang te kunnen organiseren. Het tegendeel is waar. Het zal makkelijker worden als we het idee van de culturele homogeniteit begraven. Want een culturele invulling van ‘Vlaams burgerschap’ zal altijd verdelend werken. Zo’n concept heeft immers nood aan een culturele definitie van wat een goede burger is, en die definitie is dan gemodelleerd op de dominante cultuur. Iedereen die daar buiten valt, voelt zich buitengesloten en wordt niet aangesproken op het verantwoordelijkheidsgevoel.

Als we aan gemeenschapsvorming willen doen, is het contraproductief om daar een culturele saus over te gieten. We zullen het gemeenschapsgevoel niet bereiken door mensen de geschiedenis van de Guldensporenslag bij te brengen of ze een taalexamen te laten afleggen. Gemeenschapsvorming loopt via de weg van dialoog tussen burgers en groepen, op straat, in verenigingen, in het onderwijs, op de werkvloer, in de gemeenteraad, in het parlement. De overheid moet die dialoog permanent en overal organiseren en ondersteunen.

Via zo’n permanente dialoog kunnen en moeten er heldere grenzen getrokken worden en kan er in één adem ook besloten worden tot ‘redelijke aanpassingen’. We kunnen met alle belangrijke gemeenschappen in onze samenleving samen beslissen een rode lijn te trekken tegen vrouwenbesnijdenis, polygamie, huiselijk geweld, lijfstraffen, racisme, discriminatie, verbaal geweld in de publieke ruimte, enzovoort. Culturele gebruiken zijn nooit een excuus om tegen de mensenrechten of de wettelijkheid in te gaan. Tegelijk zouden we het ook eens kunnen worden over redelijke aanpassingen zoals het toestaan van verlof op verschillende momenten voor religieuze feestdagen.

Burgerschap is sociaal en politiek van aard. Het is via dialoog en gezamenlijke besluitvorming dat de gemeenschap zal opgebouwd worden. In een context van uit elkaar drijvende morele overtuigingen, steeds meer verschillende culturen en op elkaar stapelende loyauteiten, bouwen we een democratie uit die culturele verschillen waardeert voor wat ze zijn, waarin grenzen in overleg worden afgebakend en waar alle burgers het gevoel hebben erbij te horen. En hoe een kunstwerk wordt afgebeeld, laten we over aan de kunstenaars.

Lees het volledig essay verschenen in de mei-editie van Samenleving en politiek

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK