16 nov 2010

Regen kan je niet voorkomen – overstromingen wel

Groen! heeft een hele reeks voorstellen voor een doortastend waterbeleid op Vlaams en lokaal niveau. We moeten niet leren leven met overstromingen en wateroverlast, we moeten er iets aan doen.

Download hier onze raamaffiche

Wat kunnen we doen op Vlaams niveau?

1. de watertoets bindend maken zodat niet langer kan gebouwd worden in mogelijke overstromingsgebieden
De watertoets werd ingevoerd door de groene minister Vera Dua na de overstromingen van 2002. Het gaat om een onderzoek dat gebeurt voor er gebouwd wordt. De Groenen wilden ervoor zorgen dat er niet meer zou gebouwd worden in zones waar veel overstromingsgevaar bestaat, bijvoorbeeld in de winterbedding van rivieren. Maar de volgende regering, zonder Groenen, zwakte dit af. Als men al rekening houdt met een negatieve watertoets, dan worden alleen maatregelen in de marge voorgesteld (een greppel graven of een waterbekken steken bijvoorbeeld). Een bouwverbod komt er zo goed als nooit.
2. afzien van verkavelingen en projecten in risicogebieden voor overstromingen
De Vlaamse regering is op dit eigenste moment nog steeds bezig met de realisatie van tal van projecten in overstromingsgebieden. Dat is onbegrijpelijk. En straks dan weer zeggen dat er niets aan te doen is?
3. opnieuw voldoende middelen voorzien voor het Rubicon-fonds zodat gemeenten en intercommunales projecten kunnen realiseren op vlak van waterbuffering en de aanleg van overstromingsgebieden
Het Rubicon-fonds was er gekomen om de uitvoering door gemeenten en intercommunales van projecten ter bestrijding van wateroverlast mogelijk te maken. Maar de regering is aan het besparen. Er wordt geen extra geld meer vrij gemaakt. In de begroting 2010 is hiervoor 0 euro ingeschreven. Na de overstromingen van dit weekend wil Groen! dit meer dan ooit herzien.
4. dringend werk maken van de realisatie van de meer dan 600ha overstromingsgebieden die er moeten komen in het kader van de door de Vlaamse regering goedgekeurde bekkenbeheersplannen. En ervoor zorgen dat nadien nog veel meer bijkomende overstromingsgebieden worden afgebakend
Water heeft ruimte nodig. We hebben onze rivieren ingedamd of ingesluisd en de beddingen van onze waterlopen volgebouwd. We moeten ruimte voorzien waar water kan geborgen worden - zelfs al is het maar af en toe. Gebieden die tijdelijk kunnen overstromen. Dat is beter dan dat we onze kelders om de zoveel maanden laten vol lopen. Maar boeren en grondeigenaars lobbyen voortdurend om dit tegen te houden. De partijen in de regering hebben de moed niet om daar tegen in te gaan. Toen de Groenen in de regering zaten realiseerden ze het hele grote overstromingsgebied Kruibeke-Basel-Rupelmonde. We kregen daar toen veel kritiek voor. Nu geldt het als een modelproject.
5. onmiddellijk werk maken van de aanpassing van de Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater zodat meer water wordt opgehouden aan de bron
Regenwater kan je best apart opvangen en niet mengen met afvalwater. Anders wordt al dat regenwater mee afgevoerd met de riolen. Die worden dan een soort van waterautosnelwegen. Dan krijg je ook wateropstoppingen en uiteindelijk zware wateroverlast. Ook de riolenbouwers (VLARIO) en de Vereniging van Steden en Gemeenten zijn hier vragende partij voor.
6. concrete doelstellingen vastleggen voor de ontharding van Vlaanderen zodat de totale hoeveelheid verharde oppervlakte in Vlaanderen terugloopt en veel meer gebruik wordt gemaakt van waterdoorlatende materialen
Grote stukken van Vlaanderen liggen onder asfalt of beton. De totale verharde oppervlakte in Vlaanderen is de laatste 20 jaar met 43% toegenomen. Veel opritten, parkings, speelterreinen, e.d. kunnen ook gewoon terug in aarde of met poreuze materialen aangelegd worden.
7. versneld werk maken van de overstromingsgevaarkaarten en - risicokaarten en de integratie van de overstromingsrisicobeheersplannen in de stroomgebied-beheersplannen
De groene minister Vera Dua zorgde er indertijd voor dat er een decreet integraal waterbeleid werd goedgekeurd waarin al wat met waterbeleid te maken heeft (waterzuivering, waterbeheersing, natuur en water) samen aangepakt wordt. Maar de uitvoering hiervan door de volgende regeringen gaat vooruit als bonenknopen. Zo is veel kostbare tijd verloren gegaan.
8. een eerste ontwerp van Vlaams klimaatadaptatieplan opmaken tegen de zomer van 2011 zodat hierover al in september een debat kan gevoerd worden in het Vlaams parlement
Groen! wil de opwarming van de aarde in de eerste plaats voorkomen. Maar voor een stuk zijn we al te laat. We moeten en kunnen ons nu al beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering die ook in ons land voelbaar zullen zijn. Een coherent Vlaams adaptatieplan beschrijft hoe Vlaanderen zich zal wapenen tegen de klimaatverandering. Er wordt pas tegen 2012 zo’n Vlaams adaptatieplan opgesteld. Eerst gaat de Vlaamse regering nog twee jaar rustig studeren. Dit staat in schril contrast tot de initiatieven die intussen in Nederland genomen zijn. Nederland heeft een kant en klaar Deltaplan 2011, een aparte regeringscommissaris, een plan rond ruimte voor klimaat en een hele waaier aan plaatselijke projecten om Nederland ”klimaatrobuust” te maken.
9. In dat kader voorstellen doen voor een actualisatie van het Sigmaplan, het verder uitwerken van het Amice-project voor de Maas en het Geïntegreerd Kustveiligheidsplan 2050…
Gelukkig hebben we in Vlaanderen ook niet helemaal stil gezeten. Er is hard gewerkt aan de uitvoering van het Sigmaplan om overstromingen in het Scheldebekken te voorkomen. En er bestaan ook concrete plannen tegen wateroverlast rond de Maas en voor de Kust. Maar we moeten er wel op toezien dat al die mooie plannen en projecten ook echt rekening houden met de wetenschappelijke voorspellingen rond de klimaatverandering. Anders hollen we straks hopeloos achter de feiten aan.
10. actief werk maken van een betere integratie van het hele waterbeleid, door meer armslag te geven aan de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), één minister aan te duiden die het waterbeleid trekt en coördineert, de nieuwe afspraken en beleidsinitiatieven vast te leggen in de Tweede Waterbeleidsnota die tegen oktober 2010 in voorontwerp moest klaar zijn en deze nota ten slotte in januari te bespreken in het Vlaams Parlement.
Het huidige waterbeleid is te versnipperd: gemeenten, intercommunales, polders&wateringen, provincies, het Vlaams gewest en verschillende ministers zijn er allemaal mee bezig. De Vlaamse Minister voor Leefmilieu zou de hele zaak moeten trekken en coördineren. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid doet al goed werk, maar kan nu nieuwe maatregelen voorstellen in het tweede Waterbeleidsplan, dat net rond deze tijd moest klaar zijn.
… of we kunnen leren leven met overstromingen, zoals de Vlaamse regering voorstelt.
Wat kunnen we doen op lokaal niveau?
Gemeentebesturen en provincies hebben de voorbije dagen hun beste beentje voorgezet bij het opvangen van de wateroverlast. Burgemeesters, gouverneurs, politie, brandweer en veel individuele burgers stonden paraat om de problemen op te vangen. De solidariteit was groot. Maar het gaat er om dit soort problemen niet alleen te voorzien, te voorspellen, maar liefst ook te voorkomen.
Te veel water of te weinig water : twee gezichten van de klimaatsverandering die ons ook plaatselijk steeds meer parten zullen spelen. De gemeenten draaien nu dikwijls mee op voor een beleid dat faalt op hogere niveaus. Toch kunnen we ook op lokaal niveau ons beter voor te bereiden op meer periodes van hevige regenval en op periodes van meer droogte.
Veel lokale besturen maken nu al actief werk van de omzetting van de principes van het integraal waterbeleid. Samen met de plaatselijke Bekkencomités. Maar de recente golf van overstromingen geeft duidelijk aan dat het huidig beleid niet volstaat.
  • Gemeenten hebben een basisopdracht bij de realisatie van een integraal waterbeleid. Samen met de bekkencomités kunnen zij ervoor zorgen dat overstromingen worden vermeden door effectief meer ruimte te geven aan water.
    1. De rivieren moeten terug meer kunnen meanderen en op zoveel mogelijk plaatsen terug kunnen beschikken over een winterbedding of ruimtes die tijdelijk kunnen overstromen. Dit moet kaderen in het Vlaamse beleid (bv in een aangepast Sigma-plan voor het Schelde-bekken).
    2. Waar dat niet meer mogelijk is, moeten meer spaarbekkens en waar nodig ook ondergrondse bufferbekkens voorzien worden.
Gemeenten moeten op tijd aan de alarmbel trekken als ze vaststellen dat met de uitvoering van dit soort beleid nodeloos getalmd wordt.
  1. Gemeenten kunnen op een positieve manier omgaan met water door te voorzien in meer natuurlijke afwatering : grachten en greppels, waarin water traag wordt afgevoerd. Door het snel afvoeren van grote volumes water door ingebuisde beken en rivieren en door grote riolen, zorgen we voor water-opstoppingen en overstromingen in lagere zones. Beken en rivieren die vroeger ingebuisd werden, kunnen we op termijn terug boven de grond halen. Blauwe aders in de gemeente zijn bovendien een bron van rust, recreatie en natuurontwikkeling.
  2. In nieuwe wijken of bij de heraanleg van straten kunnen gemeenten wadi’s; aanleggen (wadi’s; = afglooiende straten met infiltratiegreppels in het midden). Door grachten of wadi’s; willen we zoveel mogelijk water de kans geven om terug de bodem in te dringen en de grondwaterlagen terug te verrijken. Zo slaan we twee vliegen in één klap: strijden tegen wateroverlast op kortere termijn en tegen droogte op langere termijn.
  3. Gemeenten moeten echt rekening houden met de watertoets bij het verlenen van een bouwvergunning of bij de stedenbouwkundige adviezen die ze verstrekken. Ze moeten vermijden dat er nog gebouwd wordt in echte overstromingsgebieden. Op plaatsen waar het risico kleiner is, kan het toch nodig zijn om preventieve bouwvoorwaarden op te leggen (bv. geen kwetsbare voorzieningen op gelijkvloers of in kelders).
  4. Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen door gezinnen en bedrijven aan te zetten om regenwater en afvalwater maximaal te scheiden (het zogenaamde afkoppelingsbeleid). Regenwater hoort thuis in grachten, niet in rioolpijpen. Zodat al het water dat niet vuil is, terug de grond in kan. Dat kan op bepaalde plaatsen ook via aangepaste ”infiltratieleidingen” voor regenwater. In het buitengebied is dat het eerste aandachtspunt. Ook in stedelijk gebied moeten gemeenten werk maken van een gescheiden stelsel, zeker bij alle nieuwe investeringen. De gemeente voert bovendien een aansluitingsbeleid om te garanderen dat het vuile water effectief het zuiveringsstation bereikt.
  5. Gemeenten kunnen ook een actief beleid voeren om regenwaterputten te subsidiëren. Voor nieuwbouw is dat nu verplicht, maar de regenwaterputten die men bouwt, volstaan dikwijls niet. In echte risicogebieden kan de gemeente ook particulieren steunen die (samen) grotere ondergrondse bufferbekkens aanleggen, waaruit het water langzaam de grond in kan sijpelen.
  6. Op termijn zouden enkel nog zelfzuiverende nieuwbouwwijken mogen gebouwd worden, wijken die zelfstandig hun afvalwater opvangen en zuiveren en geen afvalwater meer lozen in de gemeentelijke riolen.
  7. Gemeenten kunnen zuinig watergebruik stimuleren, zowel in eigen diensten, bij gezinnen als bij bedrijven. Regenwater kan opgevangen en opnieuw gebruikt worden om kostbaar leidingwater te sparen. De gemeente kan subsidies verlenen voor wateraudits die gezinnen of KMO’s; helpen om hun waterverbruik in kaart te brengen.
  8. Gemeenten kunnen werk maken van het verminderen van de hoeveelheid verharde oppervlakte in de gemeente, bv via premies voor particulieren, instellingen, scholen om opritten, wegen, speelplaatsen te ‘ontharden’ of op zijn minst hiervoor materialen te gebruiken die water doorlaten. Gemeenten kunnen ook gemeentelijke heffingen voor bedrijven aanpassen aan de hoeveelheid verharde oppervlakte (parkeerplaatsen, …) die ze voorzien - tenzij deze gecompenseerd worden door voldoende buffermogelijkheden en infiltratievoorzieningen.
  9. Daarnaast kunnen gemeenten ook andere maatregelen nemen die om van hun gemeenten een klimaatbestendige gemeente maken met wijken, gemeenschapsvoorzieningen, wegen, bedrijven(terreinen), enzovoort die bestand zijn tegen hardere klimatologische omstandigheden (veel water, wind enerzijds, maar ook droogte en hittepieken anderzijds).
Nog belangrijker ten slotte is dat de gemeente zelf ook werk blijft maken van het voorkomen van de klimaatsverandering en meewerkt via een klimaatcharter of een plaatselijk klimaatplan aan het terugdringen van broeikasgassen en de CO2-uitstoot. Enkel zo kunnen we de klimaatproblemen op langere termijn beheersbaar houden.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK