20 jun 2013

Rijkste Belgen profiteren meest van woonbonus

De woonbonus komt vooral gezinnen met hogere inkomens ten goede. Dat blijkt uit recente cijfers die Mieke Vogels (Groen) opvroeg bij minister van Financiën Koen Geens. 83% van de mensen die genieten van de fiscale aftrek van de woonbonus, behoort tot de vijf hoogste inkomenscategorieën, slechts 0,3% tot de twee laagste. Bovendien dreigt het systeem budgettair volledig te ontsporen. De cijfers van minister Geens bevestigen de Vlaamse Woonraad die berekende dat het kostenplaatje voor Vlaanderen in 2024 op 2,9 miljard euro zou komen. “Er hangt een financieel zwaard van Damocles boven ons hoofd, dat Vlaanderen regelrecht richting een wooncrisis en de armoede duwt”, waarschuwt Vlaams parlementslid en Senator Mieke Vogels (Groen).

De woonbonus werd in 2005 in het leven geroepen om jonge gezinnen die het niet breed hadden toch in staat te stellen een eigen woning te kopen. Kort uitgelegd: wie sinds 1 januari 2005 een hypothecaire lening afsluit, mag een forfaitair bedrag (2.120 euro per persoon) aftrekken van zijn hoogste belastingschijf. Al snel werd duidelijk dat de maatregel zijn initiële doel miste en vooral de hogere inkomens ten goede kwam. Wie meer verdient, krijgt ook meer terug van de fiscus. Dat het stelsel van de woonbonus ondertussen volledig is ontspoord, wordt bevestigd door de cijfers die Mieke Vogels recent opvroeg bij minister Geens. ”De woonbonus stimuleert de armoede in plaats van ze te bestrijden,” aldus het Vlaams Parlementslid en senator. Naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de Vereniging waar armen het woord nemen, trekt ze aan de alarmbel.

”De cijfers zijn ronduit verontrustend,” zegt Vogels. ”83% van de mensen die gebruik maken van de woonbonus behoort tot de vijf hoogste inkomenscategorieën. 40,6% van de ‘woonbonussen’ komt zelfs terecht bij de twee allerhoogste inkomenscategorieën, vaak voor het verwerven van een tweede woning. Omgekeerd komt de woonbonus slechts bij 0,3% van de twee laagste inkomenscategorieën terecht. Wie dus het meest nood heeft aan de woonbonus, profiteert er het minst van.” De cijfers tonen ook aan dat de woonbonus steeds minder gebruikt wordt door de jonge gezinnen voor wie hij bedoeld was. ”Naarmate het woonbonusstelsel langer in werking is, zien we een licht stijgende participatie van de iets oudere leeftijdsgroepen”, bevestigt ook minister Geens. In 2006 was 32% van de mensen die gebruik maakte van het woonbonusstelsel onder de 30 jaar oud, in 2010 is dat nog slechts 21%. Bijna 80% van de woonbonussen komt dus terecht bij mensen van boven de 30.

Het systeem van hypothecaire aftrek genereert volgens Mieke Vogels een bijkomend pervers effect. ”Het zorgt ervoor dat banken leningen met een langere looptijd promoten. De koper wint zijn meer-investering toch terug via de woonbonus, is de redenering. De woonbonus jaagt op die manier de prijs van de huizen de hoogte in. Hij subsidieert de verkoper en financiert de banken. Bovendien draagt de belastingbetaler de kosten. De laatste vijf jaar zien we dat de prijs van de goedkoopste huizen met maar liefst 50% is gestegen. Voor gezinnen met een beperkt inkomen is het daardoor onmogelijk geworden om nog een woning te kopen. Zij moeten zich wenden tot de huurmarkt, waar de situatie nog schrijnender is. De wachtlijsten voor een sociale huurwoning waren nog nooit zo lang en wie op de private markt terecht moet, wordt geconfronteerd met huurprijzen die de pan uit swingen. Het recent gepubliceerd jaarverslag van de federale overheidsdienst Sociale Zekerheid vermeldt die hoge huurprijzen als de belangrijkste oorzaak van het toenemend aantal kinderen dat opgroeit in armoede.”

Maar er is nog meer. De woonbonus - die na de zesde staatshervorming onder Vlaamse bevoegdheid valt - dreigt Vlaanderen met een financiële kater van jewelste op te zadelen. Volgens berekeningen van economie-specialiste professor Nancy Huyghebaert (KUL) is de woonbonus pas op kruissnelheid in 2024. Op dat moment loopt het kostenplaatje voor België op tot 4,87 miljard euro. De Vlaamse Woonraad berekende dat dit voor Vlaanderen op 2,9 miljard zou komen. Minister Geens bevestigt dat het stelsel van de woonbonus pas halfweg het volgende decennium op volle kracht zal komen. ”De standaardlooptijd voor hypothecaire leningen bedraagt immers ongeveer 20 jaar,” schrijft hij in zijn antwoord aan Mieke Vogels. ”De statistieken personenbelasting geven ook aan dat het aantal aangiften waarin een woonbonus wordt opgenomen nog ieder jaar stijgt: van 137.262 in het inkomstenjaar 2005, over 261.418 in 2006, 382.741 in 2007 en 494.911 in 2008, tot 604.918 in 2009 en 712.964 in 2010.”

Het is volgens Mieke Vogels niet langer verantwoord om het huidige beleid verder te zetten. ”Het kostenplaatje ontspoort en alle knipperlichten inzake betaalbaar wonen voor kansarme gezinnen staan op rood: de wachtlijsten voor sociale woningen zijn immens, het aantal uithuiszettingen stijgt en het systeem van huursubsidies voor wie vijf jaar op een wachtlijst staat voor een sociale woning, kan het tij niet keren. De rapporten over toenemende armoede bij gezinnen met kinderen volgen elkaar in snel tempo op. We kunnen ondertussen spreken van een wooncrisis.”

Vogels pleit voor een grondige herziening van het huidige woonbeleid, dat ook voor de sociaal zwakkeren het recht op wonen garandeert. Ze is voorstander van het hervormen van het systeem van de woonbonussen en de sociale koopwoningen, en wil meer inzetten op een gereguleerde huurmarkt met onder meer richthuurprijzen en huursubsidies. ”De huurders zijn vandaag de dupe van het systeem waarin de rijksten het meest profiteren van de woonbonus. Groen wil wonen opnieuw betaalbaar maken, voor iedereen.”

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK