Armoede

De voorbije jaren zijn in ons land de armoede en ongelijkheid toegenomen. Ons welvarend België telt nog steeds 15% arme mensen, en dat is onaanvaardbaar hoog. In 1998 was het vermogen van de rijkste 10 procent Belgen 50 keer zo groot als dat van de armste 10, nu is dat 735 keer zo groot. De groeiende kloof tussen arm en rijk is een bom onder de sociale samenhang. Groen wil armoede aanpakken met meetbare doelstellingen en een armoedetoets voor alle belangrijke beleidsbeslissingen. Dit verplicht een regering haar beleid systematisch te evalueren en te zien of het helpt om de armoede onder de mensen weg te werken.

Meer in detail

Iedere inwoner heeft recht op voldoende financiële middelen voor een menswaardig bestaan. Een minimumloon voor wie werkt, welvaartsvaste uitkeringen boven de armoedegrens, en inkomensgerelateerde kinderbijslagen zijn hierbij essentieel. Groen aanvaardt evenmin een samenleving waarin de fiscaliteit steeds minder efficiënt en minder rechtvaardig wordt. Een drastische verschuiving van de fiscale belasting van arbeid naar milieu en vooral vermogen kan daarom niet langer uitblijven. 

Werk blijft de belangrijkste dam tegen armoede. Het arbeidsmarktbeleid moet inzetten op een gepaste job voor iedereen, en in het bijzonder voor de meest kansarme groepen. 

Armoede komt vaker voor bij migranten. Vaak is armoede een gevolg van ongelijke kansen. Discriminatie aanpakken helpt meteen ook armoede aanpakken. 

Armoedebeleid heeft banden met bijna alle beleidsdomeinen. Armoede aanpakken gebeurt ook door het garanderen van een goede basisopleiding voor alle kinderen, een kwaliteitsvolle en energiezuinige woning te voorzien voor alle inwoners, een brede toegang tot de gezondheidszorg en een degelijke schuldpreventie en schuldbemiddeling. Deze randvoorwaarden beschermen mensen tegen de armoede, ze maken van armoede een tijdelijk fenomeen.