08 jun 2012

Syrië: machteloos toekijken?

Nu het bloedvergieten in Syrië steeds gruwelijker wordt en het vredesplan van Annan duidelijk geen zoden aan dijk brengt, rijst de vraag hoe deze crisis verder moet aangepakt worden. Verschillende partijen menen dat de tijd van de diplomatie voorbij is, en pleiten voor een militair ingrijpen. Maar is dit wel een oplossing? En is er nog wel een andere mogelijkheid?

Meer dan een jaar na het begin van de Syrische volksopstand lijkt de situatie uitzichtloos. Wat begon als vreedzaam protest is inmiddels uitgemond in een burgeroorlog waarbij de bevolking dagdagelijks geconfronteerd wordt met gruwelijke oorlogsmisdaden. Meer dan 13.000 mensen, waaronder ook talrijke kinderen, lieten daarbij al het leven. De recente slachtingen in Houla en nu ook in Hama vormen een triest en bloedig dieptepunt. De situatie doet sterk denken aan de burgeroorlog in ex-Joegoslavië tijdens de jaren 90. Ook toen bereikten ons berichten van genadeloze slachtpartijen onder de burgerbevolking, en bleef de internationale gemeenschap machteloos aan de zijlijn staan. Vanuit deze herinnering voelen we bij de berichten uit Syrië niet enkel afschuw, maar ook een sterke drang om in te grijpen. Maar wat moet dat dan juist zijn?

Militaire interventie: de juiste keuze?

De moeizame en schijnbaar vruchteloze diplomatieke aanpak levert weinig tot geen resultaten. Daarom gaan meer en meer stemmen op voor een militaire interventie. Iedereen heeft het gevoel dat er 'iets' moet gebeuren, en met de huidige diplomatieke impasse lijkt een militair ingrijpen de logische keuze. Vanuit de frustratie en machteloosheid die we allemaal ervaren is deze redenering begrijpelijk, maar daarom is het nog niet de juiste keuze.

Zowat alle veiligheidsexperts waarschuwen voor de verstrekkende gevolgen van een verdere militarisering van het conflict. Er zijn verschillende mogelijkheden op tafel gelegd, maar elke optie riskeert te leiden tot meer burgerslachtoffers en een verdere ontsporing van het conflict. Gerichte bombardementen zoals in Libië zouden vanwege de bevolkingsdichtheid een hoge menselijke tol eisen. Ook is het Syrische leger vele malen sterker dan dat van Libië, en is een spoedige militaire overwinning dus uitgesloten. Anderen pleiten dan weer voor wapenleveringen aan de rebellen. Het Vrije Syrische Leger is echter geen georganiseerd rebellenleger, maar eerder een verzameling van autonoom opererende guerillagroepen met verschillende achtergronden en doeleinden. Sommige van hen hebben zich al bezondigd aan represailles tegen etnische minderheden, die men beschuldigt van steun aan het Assad-regime. Verdere bewapening riskeert dus te leiden tot een regelrechte burgeroorlog, gezien de religieuze en etnische verdeeldheid in het land.

Een verdere militarisering van het conflict zal bovendien enkel in het voordeel zijn van het Syrische regime. Enerzijds zou dit het gebruik van geweld door de Syrische overheidstroepen kunnen legitimeren bij bepaalde delen van de Syrische bevolking. Anderzijds zal het Syrische leger de militaire overhand hebben, zolang Rusland en Iran wapentuig blijven aanleveren. Eigenlijk starten we in dat geval gewoon een proxy war tussen sji’ïeten en soennieten - elk gesteund door hun bondgenoten - die uitgevochten zal worden op Syrisch grondgebied.

Ten slotte wijzen alle experts op het risico van een regionale ontsporing van het conflict. Zowel de etnische samenstelling als de geografische ligging van het land maken dat een openlijke oorlog kan ontaarden in een regionaal gewapend conflict tussen de soennitische (Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar) en de Sji’itische (Iran, Irak, Hezbollah) as.

Humanitaire corridors: een mogelijk alternatief?

Een militair ingrijpen bevat dus een reëel risico op een hoge menselijke tol, zonder enige garantie op succes. Een andere optie zou zijn om zogenaamde safe zones in te stellen: gedemilitariseerde grensgebieden onder controle van een internationale vredesmacht langs waar humanitaire hulp kan aangeleverd worden. Onder andere onze minister Reynders is dit idee genegen. Syrië is echter niet bereid om een internationale troepenmacht toe te laten. Elke vorm van humanitaire corridor zou dus manu militari afgedwongen moeten worden, en impliceert de facto dus een verdere militarisering van het conflict. Bovendien zouden de gewapende rebellen deze safe zones kunnen gebruiken als uitvalsbasis, zoals ook gebeurde in Bosnië in 1993. Het antwoord van het Syrische regime is dan ook al te voorspellen: bombardementen en raketaanvallen waarbij talloze burgers het leven zullen laten.

Het instellen van humanitaire corridors zou dan ook pas mogelijk zijn in het geval van een internationale vredesmacht met voldoende slagkracht om de zones te demilitariseren en te beschermen tegen het Syrische leger. Zo niet dreigt een herhaling van Srebrenica: ook dat was een safe zone onder bescherming van de internationale gemeenschap. De vraag is dan ook of een vredesmacht in Syrië over voldoende slagkracht zou kunnen beschikken. Zolang militaire sancties worden geblokkeerd in de VN Veiligheidsraad, lijkt dit in elk geval onwaarschijnlijk.

Wat dan wel?

Elke optie lijkt ofwel onhaalbaar, ofwel contraproductief. Staan we dan volledig machteloos? Neen, maar de weg naar de oplossing zal niet eenvoudig zijn. Het is allereerst van prioritair belang om een verdere escalatie van het geweld te vermijden, en humanitaire hulp verlenen aan de zwaarst getroffen gebieden. Daarom is er geen betere keuze dan onder intensieve bemiddeling van invloedrijke internationale spelers te werken aan een naleving van het Zesstappenplan van Kofi Annan. Gisteren nog verklaarde de Speciale Gezant dat de schuld voor het mislukken van het vredesplan bij de Syrische regering ligt. Daarom riep hij de VN Veiligheidsraad nog op om de druk op Assad verder op te voeren. Zolang Rusland en China niet bereid zijn hun verantwoordelijkheid op te nemen, zal het bloedvergieten niet ophouden. Als belangrijkste handelspartner moet de EU dan ook druk uitoefenen op Moskou om het regime Assad

Hoewel een militaire interventie zal blijven stuiten op een Russisch veto, liggen er ook nog andere opties op tafel. De VS, de EU en andere landen troffen al verschillende economische sancties die een zware impact hebben op de Syrische schatkist. Er moet nu gewerkt worden aan verdere sancties die maximaal gericht zijn tegen het regime, zonder daarbij de gewone burgerbevolking te treffen. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden, zoals het verder bevriezen van tegoeden, het opzeggen van reisvisa en een verbod op de invoer van luxeproducten. Dergelijke sancties moeten op VN niveau aangenomen worden: pas als alle landen zich eraan houden zal de druk op Assad en zijn aanhang echt effect hebben. Daarnaast moeten we blijven ijveren voor een strikt wapenembargo. Zolang Rusland wapenmateriaal aanlevert kunnen de Syrische overheidstroepen blijven moorden. Ten slotte moet de VN Veiligheidsraad de verantwoordelijken van oorlogsmisdaden doorverwijzen naar het Internationaal Strafhof. Er moet een sterk signaal komen dat zij zich vroeg of laat zullen moeten verantwoorden voor hun daden. Als belangrijkste handelspartner moet de EU dan ook druk uitoefenen op Moskou om het regime Assad te dwingen het Zesstappenplan na te leven. Dat het land nu eindelijk de deur heeft opengezet voor een Syrische toekomst zonder Assad bewijst dat diplomatieke druk wel degelijk kan werken.

Maar naast enkel een strikte naleving dient het Zesstappenplan ook herzien te worden. Om het staakt-het-vuren te garanderen, zijn 300 waarnemers ruim onvoldoende. Vanuit Syrië vernemen we dat daar waar de VN waarnemers passeren, het geweld voor korte tijd ophoudt tot ze de streek weer verlaten. Een permanente aanwezigheid in de belangrijkste broeihaarden is dus nodig om het geweld werkelijk in te dijken. Daarvoor zijn er geen 300 maar 3000 waarnemers nodig. Niet enkel het aantal maar ook het mandaat van deze waarnemers moet uitgebreid worden. Zo zouden ze bewijsmateriaal moeten verzamelen om de vervolging van de verantwoordelijken voor ernstige oorlogsmisdadigers bij het Internationaal Strafhof mogelijk te maken. Ook zouden journalisten meegestuurd kunnen worden met de waarnemersmissies, zodat we een betere kijk krijgen op de situatie.

In afwachting van een doorbraak op VN niveau moeten we ondertussen niet-gewapende steun leveren aan de Syrische burgerbevolking en de oppositie. Om humanitaire hulp te verlenen heeft minister Magnette reeds &euro 2 miljoen ter beschikking gesteld. Nu Syrië eindelijk heeft ingestemd om hulpverleners toe te laten, moet ervoor gezorgd worden dat deze middelen ook effectief beschikbaar zijn en indien nodig worden uitgebreid. Daarnaast kunnen we ook al de Syrische buurlanden steunen om de massale vluchtelingenstroom op te vangen. Naast humanitaire hulp moeten we ook niet-gewapende hulp bieden aan de verzetsbewegingen in Syrië. België onderhoudt momenteel contacten met de Syrische Nationale Raad, een vereniging van verschillende groeperingen die opereert vanuit het buitenland. Men mag echter niet vergeten dat er ook binnen Syrië nog altijd meer dan 300 lokale coördinatiecomités het vreedzaam protest tegen het Assad-regime organiseren. Door de gewapende strijd van de rebellen dreigen zij vergeten te worden, hoewel ze de eigenlijke drijvende kracht achter de volksopstand vormen. Als internationale gemeenschap moeten we vooral deze ongewapende verzetsbewegingen ondersteunen, zowel technisch en financieel als moreel.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK