28 dec 2015

Van alles een beetje

Een sterke defensie is een essentiële schakel van een actief buitenlands beleid. Toch is het Belgische leger gedegradeerd tot een soort bancontact, schrijft Wouter De Vriendt, waar regeringen in geldnood hun tekorten mee aanzuiveren. Onverstandig. De bodem is bereikt.

Reikhalzend werd uitgekeken naar het nieuwe Strategisch Plan, maar de berg heeft een muis gebaard. We blijven een krijgsmacht die van alles een beetje doet. We vervangen onze jachtvliegtuigen, maar niet allemaal. Voor de landmacht zijn er meer investeringen, maar minder manschappen. En de marine krijgt het absolute minimum. Waarom gaat ons land niet voluit voor een hoog ambitieniveau en dus specialisatie? Laten we excelleren in één of twee segmenten, met topkwaliteit in mensen en materiaal. Zo kunnen we toegevoegde waarde bieden aan onze bondgenoten.

Voorbeelden genoeg

Vergelijkbare kleine legers doen het ons voor. Het Noorse leger telt nog 24.500 soldaten. Na de Koude Oorlog werd de landmacht er zo goed als afgeschaft. De Noren concentreren zich nu op een hoogtechnologische marine en luchtmacht. Ze richten hun vizier vooral op operaties in Arctische gebieden. Ook Nieuw-Zeeland liet de kaasschaafmethode voor wat ze is en investeerde in een landmacht die met een bataljon van achthonderd soldaten drie jaar onafgebroken aan vredesmissies kan deelnemen. In ruil werd de luchtgevechtscapaciteit opgegeven. Een laatste voorbeeld is Oostenrijk. Daar werd de luchtmacht behouden, zij het beperkt tot vijftien Typhoon-vliegtuigen die alleen het eigen luchtruim beveiligen. De Oostenrijkers hebben gekozen voor de uitbouw van hun landmacht. Merk op dat deze drie landen deelnemen aan buitenlandse operaties en hun internationale verplichtingen loyaal nakomen.

Polyvalente illusie

Een polyvalent Belgisch leger, waar Roger Housen voorstander van is (DS 24 december), is een illusie. Ook na het Strategisch Plan zal België geen enkele militaire operatie autonoom kunnen uitvoeren. Taakverdeling is de enige weg vooruit. Nu al worden Belgische piloten mee in andere landen opgeleid en is ons luchttransport geïntegreerd in een Europees coördinatiesysteem (EATC), waardoor we lege vliegtuigen vermijden. De EU beschikt met 255 miljard euro over het op één na grootste defensiebudget ter wereld. Toch is er erg veel dubbel gebruik, en erg weinig efficiëntie. Dit Strategisch Plan blijft in hetzelfde bedje ziek. Wie heeft minister Steven Vandeput al iets horen zeggen over de Europese dimensie? Laten we hopen dat de N-VA haar euroscepsis niet tot in defensie doordrijft.

Zo bekeken is het Strategisch Plan vooral voor de marine een bittere pil. Net daar is de integratie met een ander land (Nederland) een stichtend voorbeeld. Onlangs bezocht ik de BENESAM-commandobasis in Den Helder. De Nederlanders zijn vragende partij voor de uitbouw van een gezamenlijke zeemacht. De beslissing van de regering om de twee fregatten en de zes mijnenjagers te vervangen, is een zwaktebod. Het alternatief was een performante, binationale marine die heel Europa ons zou benijden.

Met de grote jongens

Dat we koppig blijven vasthouden aan onze jachtvliegtuigen is geen verrassing. Deze regering staat te popelen om mee te bombarderen in zware conflicten, samen met de grote jongens. Maar dat de budgettaire realiteit ons dwingt de vloot te verminderen van 54 naar 34 vliegtuigen is geen detail. We verliezen capaciteit. Onder het motto: van alles een beetje.

Een Strategisch Plan bindt ons land voor vele jaren en heeft idealiter een breed politiek draagvlak, over coalitiewissels heen. Dat is hier niet het geval. Het kan nochtans: in Denemarken en Zweden bereikten meerderheid en oppositie een consensus over hoe de krijgsmacht van de toekomst er moet uitzien. Hun defensieakkoorden zijn sterk ingebed in het parlement, in een geest van gedeelde veiligheidsbelangen. Vorig jaar bood Groen de minister aan samen na te denken over onze strategische keuzes. Ons aanbod blijft geldig, mocht de regering zich in deze eindejaarsperiode willen bezinnen.

Dit opiniestuk verscheen op maandag 28 december 2015 in De Standaard.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK