27 mei 2013

Verleng het wapenembargo tegen Syrië

Na elk horrorverhaal uit Syrië klinkt de roep om 'iets te doen' aan het lijden van de Syrische bevolking. Frankrijk en Groot-Brittannië pleiten er al maanden voor om de gematigde oppositie in Syrië te bewapenen. Met steun van Amerikaans buitenlandminister John Kerry, die vorige week een intensieve lobbycampagne voerde in de 27 Europese hoofdsteden, proberen de twee vandaag de opheffing van het wapenembargo te forceren.

In een jaar tijd is er veel veranderd. In 2012 voorspelde de Duitse geheime dienst dat het regime van Assad het niet lang meer zou uitzingen. Vandaag verwacht men dat Assad het zuiden van Syrië volledig herovert tegen het einde van het jaar. Wat betekent dat voor de door de VS en Rusland georganiseerde vredesconferentie in Genève volgende maand, en welke rol speelt het Europese wapenembargo daarin?

Gevecht om olie

Om de gematigde oppositie te helpen, besliste de EU in april om het olie-embargo tegen Syrië op te heffen. Een catastrofale beslissing, die heeft geleid tot een gevecht om olie tussen de rebellen in het noordoosten. De kostbare bronnen zijn inmiddels niet in handen van 'onze rebellen', maar grotendeels in die van het extremistische Jabhat al-Nusra. Met de opbrengsten voorzien ze de bevolking van brood en basisvoorzieningen, wat hen vanzelfsprekend populair maakt. Ironisch genoeg sloot al-Nusra daarvoor zelfs een deal met het regime. Het krijgt van Assad vrije doorgang voor ruwe olie naar de kust en ontvangt maandelijks anderhalf miljoen euro om de pijplijnen van Banias en Latakia operationeel te houden.

Het regime krijgt in ruil de handen vrij om de corridor van Damascus tot de door Alawieten gedomineerde kuststreek te heroveren. Strategisch cruciaal is daarbij de aanval op Qusayr, een grensstadje met Libanon, waar Assad gestaag vooruitgang boekt. Daarmee opent hij het front voor de Libanese Hezbollah, die nu net zoals Iran openlijk meevecht met de Syrische dictator. Zo verbinden ze definitief hun lot aan dat van Assad en is er geen weg meer terug. De opmars en de versterkte positie van Assad is dus niet enkel te wijten aan de onderlinge twisten van de versnipperde oppositie en het gebrek aan een gecentraliseerd commando. Ook de inmenging van het westen heeft erg ingrijpende gevolgen. Een belangrijke les.

Het lijdt geen twijfel dat Assad thuishoort in het Internationaal Strafhof in Den Haag. Helaas zit niemand in de positie om hem daarheen te dwingen. Assad blijft het grootste probleem voor 'vrede', maar de rebellen zijn nu het probleem voor vredesgesprekken. Een politieke dialoog blijft de enige oplossing. Vreemd genoeg vormt de Syrische Nationale Coalitie (SNC) nu het obstakel voor vredesgesprekken. Ze blijft immers hameren op de garantie dat Assad vertrekt vooraleer aan de onderhandelingstafel plaats te nemen. Gesterkt door zijn recente succes is Assad daarentegen wel bereid om te praten, zonder de oude voorwaarde dat de rebellen de wapens neerleggen. Het is duidelijk dat iedereen de taboes van tafel moet gooien. Als de SNC zich blijft verzetten krijgt Assad immers gratis en voor niets een propagandaoverwinning aangeboden. Op korte termijn bestaat de rol van de Europese Unie er dus in om de SNC te bewegen naar de onderhandelingstafel. Een cruciaal element daarin is het behoud van het wapenembargo.

Uit Britse gesprekken met de oppositie blijkt dat de rebellen enkel willen onderhandelen met Assad nadat ze wapens hebben gekregen. De Britten redeneren dat wapenleveringen kunnen vermijden dat gematigde rebellen zich aansluiten bij de door Saoedi-Arabië goed bewapende extremistische rebellen. Veel waarschijnlijker is de omgekeerde redenering dat de rebellen in de vredesconferentie een obstakel zien om een militaire overwinning op Assad te boeken dankzij wapenleveringen. En dat de rebellen de vredesconferentie daarom zullen saboteren door onredelijke eisen te stellen. De volharding van heel wat oppositieleiders om het aftreden van Assad te blijven eisen voor de onderhandelingen van start mogen gaan, is een teken aan de wand.

Druk uitoefenen op Assad

Door het embargo te verlengen tot na de conferentie in Genève dwingt de EU de oppositie om constructief mee te werken. Anderzijds kan de EU het wapenembargo dit keer best maar met een maand in plaats van drie maanden verlengen. Daarmee zet de EU ook Assad onder druk om de vredesgesprekken ernstig te nemen.

Alles wijst erop dat wapenleveringen het burgerleed nog zullen vergroten. Garanties over wie de wapens in handen krijgt, zijn er niet. We moeten bovendien rekening houden met aanslepende gevechten of een burgeroorlog na een regimewissel. Hoe meer wapens er circuleren in Syrië, hoe groter het aantal burgerslachtoffers op lange termijn zal zijn.

Wapenleveringen zijn daarom de slechtste militaire optie, zo concludeerde een rapport van Civilians in Conflict. Mijn boodschap aan minister Reynders vandaag is duidelijk. Hij moet pleiten voor een verlenging van het embargo, om zo eerst en vooral de conferentie in Genève een kans geven. Een vredesproces begint nooit met de inzet van nieuwe wapens.

(Dit opiniestuk verscheen op 27 mei in De Morgen)

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK