25 sep 2012

Versnipperde stad, versnipperd debat

Het debat in Antwerpen is bijwijlen fel en hard, maar het is wel een debat op stedelijk niveau. Luckas Vander Taelen kijkt knarsetandend toe: zoals Brussel in negentien stukjes is verknipt, zo wordt ook het verkiezingsdebat in de hoofdstad gedecimeerd tot het niveau van de dorpspolitiek.

Het Antwerpse kopstukkendebat vervulde mij als Brusselaar met bewondering en afgunst. In de metropool, die zichzelf graag de grootste stad van Vlaanderen noemt, gingen alle lijsttrekkers met elkaar in de clinch over de manier waarop zij de stad de volgende zes jaar bestuurd willen zien.

Zonder de inhoudelijke kwaliteit ervan te overdrijven, deed het me denken aan een politiek debat met inzet, zoals we dat zien bij nationale verkiezingen. Een debat waar kiezers naar uitkijken, waar politieke zwaargewichten duidelijk moeten maken waarvoor ze staan.

De kiesgerechtigde inwoners van Brussel, de hoofdstad van dit land en van Vlaanderen, en zowat tweemaal groter dan Antwerpen, kunnen slechts dromen van een debat over de toekomst van hun stad. In Brussel hebben de gemeenteraadsverkiezingen immers een totaal ander karakter dan in Antwerpen of de andere grote steden van dit land. In Brussel gaat het niet om de stad, maar om negentien stukjes ervan: de gemeenten.

Brussel heeft dezelfde, grote problemen als die waarover in Antwerpen het voorbije weekend werd gedebatteerd. En ook in Brussel wordt over die problemen gepraat. Maar met één groot verschil: dat gebeurt op het niveau van elk van de negentien gemeenten. Terwijl alle uitdagingen waarmee de Brusselaar wordt geconfronteerd de grenzen van die gemeenten overstijgen, houden de lokale politici vast aan hun territorium. Daar bestaat al lang geen enkele rationele logica meer voor. Maar de plaatselijke baronnen blijven zich profileren als de verdedigers van de lokale democratie. Alsof elke centralisering van het bestuur daar per definitie afbraak zou aan doen. Een systeem van districten of arrondissementen kan lokale beslissingen wel degelijk dicht bij de burger houden. Maar het is de Brusselse baronnen er allerminst om te doen de inspraak van de Brusselaar te vergroten. Hun motivatie laat zich eenvoudig samenvatten: hun macht behouden. J'y suis, j'y reste als devies van het Brussel van 2012.

En zo krijgt de Brusselse burger een politiek debat voorgeschoteld in zijn gemeente dat meer de allure heeft van dorpspolitiek dan van een visionair project voor een grootstad die uit haar voegen barst. De Brusselse burgemeesters mogen dan wel de mond vol hebben van democratie, maar bijna de helft ervan is al voor de verkiezingen zeker van de verlenging van zijn mandaat. Via een geraffineerd systeem van politieke evenwichten stellen ze zichzelf voor op allerlei ‘Lijsten van de Burgemeester' die hen onvermijdelijk een nieuwe meerderheid zullen opleveren. Ze kennen de diversiteit van het electoraat van hun gemeente als geen ander en plaatsen kandidaten op hun lijsten van wie de bekwaamheid ondergeschikt is aan het aantal stemmen dat ze zullen opleveren. Hier en daar prijkt ook een Vlaming op een verkiesbare plaats, maar dat heeft alles te maken met het perfide systeem van de torenhoge federale premie die elke Brusselse gemeente krijgt als ze een Vlaamse schepen duldt in haar college - ook al heeft die nauwelijks bevoegdheden en is zijn budget niet meer dan een schijntje van het genereuze bedrag dat de gemeente om die communautaire goodwill toegeschoven krijgt.

Als er in de Brusselse gemeenten in deze periode over mobiliteit wordt gediscussieerd, dan gaat het meestal over het gebrek aan parkeerplaatsen. Of over een lokale tram of bus die vaker of verder moet rijden. Niet over de aanpak op niveau van een stad die nog nooit het openbaar vervoer heeft gekregen waar ze recht op heeft. Als het over de inrichting van de openbare ruimte gaat, dan wordt er wat geïmproviseerd met Photoshop. Over hoe de hele stad aangenamer te maken voor iedereen, daarover wordt niet gepraat binnen de grenzen van de gemeente. Een burgemeester belooft dat hij iets zal doen aan criminaliteit en meer agenten de straat zal opsturen. Maar niemand heeft het over politiezones en de noodzaak van een gecentraliseerde aanpak. Een would-be-schepen houdt een pleidooi voor meer gemeentelijke scholen. Maar hij zegt niets over welk soort scholen Brussel echt nodig heeft en hoe we eindelijk iets gaan doen aan de lamentabele opleiding die vele Brusselse jongeren helaas nog altijd krijgen en die hen zonder diploma de werkloosheidstabellen in katapulteert.

Terecht wordt dan gezegd dat dit problemen zijn die op regionale basis moeten worden aangepakt. En dat problemen die gemeentegrenzen overschrijden gewestelijk moeten worden aangepakt. Dat is nu eenmaal het niveau waarop in zowat alle andere grote steden wordt geregeerd. Maar omdat dat toegeven hen de sjerp zou kosten, blijven de Brusselse burgemeesters elk pleidooi voor een sterker centraal bestuur verdacht maken als een Vlaamse samenzwering.

Rudi Vervoort, de voorzitter van de Brusselse PS én burgemeester in Evere, riep deze zomer zelfs op tot Franstalige frontvorming tegen de Vlamingen. Niet in Brussel, maar in de faciliteitengemeenten. Het zegt veel over de hoofdstedelijke prioriteiten van de PS.

De gemeentelijke afkeer van een sterk gewest maakt dat Brussel steeds minder kan wedijveren met andere Europese steden. Want Brussel mag dan wel een regionale regering hebben met een minister-president, ministers en staatssecretarissen, het is op weinig vlakken in staat de noodzakelijke politieke visie aan de gemeenten op te leggen. Al te vaak lopen regionale projecten jaren achterstand op door vertragingsmanoeuvres van de gemeenten. En de Brusselse regering wordt niet tot meer ambitie aangezet door een parlement dat bevolkt is door burgemeesters en schepenen die een sterker gewest zien als een bedreiging voor de eigen macht.

Gemeenteraadsverkiezingen moeten aan de burger duidelijke visies voorstellen over de toekomst van hun stad. Maar Brussel zit gevangen in zijn vicieuze cirkel. De gemeenten willen hun lokaal eigenbelang niet overstijgen en het gewestelijke niveau, waar dat wel zou kunnen, wordt klein gehouden door de verdedigers van diezelfde gemeenten. Zo zit Brussel geblokkeerd in de eigen instellingen. Hoe Brussel uit die patstelling kan geraken, is mij een raadsel.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK