12 jul 2012

Voor Saoedi-Arabië lijken de regels altijd wat minder streng

Als Saoedi-Arabië geen atletes afvaardigt naar de Olympische Spelen, dan zal Jacques Rogge moeten kiezen tussen principes en dollars, vindt Eva Brems. Brems is professor mensenrechten aan de Universiteit Gent en parlementslid namens Groen.

Van de Olympische Spelen wordt vaak meer verwacht dan sport alleen. Voor Peking 2008 werd alles uit de kast gehaald om er een breekijzer van te maken voor kwesties als persvrijheid, doodstraf en Tibet. In Londen gaat het op dit vlak minder om het gastland dan om de gasten. Het zag er goed uit. Saoedi-Arabië had een primeur aangekondigd: voor het eerst zou het land ook vrouwelijke atletes sturen naar de Spelen. Maar twee weken voor de start van de Spelen komen ze daar op terug, zogezegd omdat ze "geen geschikte kandidaten" hebben gevonden. Dat het gebrek aan vrouwelijke topsporters het gevolg is van het eigen beleid, wordt daarbij verzwegen, net als de mogelijkheid voor ondervertegenwoordigde landen om atleten te laten deelnemen zonder voorafgaande kwalificaties. Wat een doorzichtig excuus in een dergelijk symbooldossier! 'Deelnemen is belangrijker dan winnen' was zelden meer toepasselijk dan voor die eerste Olympische Saoedische vrouwen.

De gelijkheid van vrouwen en mannen staat expliciet in het Olympisch Charter. Uitsluiting van Saoedi-Arabië uit de Spelen ligt dan ook voor de hand. Toen de Afghaanse taliban beslisten vrouwen te weren uit hun team voor Sydney 2000, kwam er een resolute reactie van het IOC dat ze de mannen ook thuis mochten laten. Maar voor Saoedi-Arabië lijken de regels altijd wat minder streng.

Mannelijke voogd

De discriminatie van vrouwen ligt diepgeworteld in de islamitische stammencultuur van Saoedi-Arabië. Elke vrouw heeft een mannelijke voogd, die de meest fundamentele keuzes in haar plaats maakt. Ze heeft zijn schriftelijke toestemming nodig om te werken, te reizen, te studeren, te trouwen, of zelfs voor medische ingrepen. De strikte scheiding van mannen en vrouwen in de publieke ruimte is een extra belemmering voor toegang tot onderwijs en de arbeidsmarkt.

Deze discriminatie zet zich ook verder in de sportwereld. Openbare meisjesscholen voorzien niet in lichamelijke opvoeding, private sportclubs voor vrouwen worden ontmoedigd en zijn quasi onbestaande, en het Nationale Olympische Comité heeft geen vrouwenafdeling. Volgens de conservatieve machtshebbers zou sporten bij vrouwen immers leiden tot "normvervaging". Het gaat dus niet enkel om topatletes ook de gewone Saoedische vrouwen en meisjes zien hun recht op een gezond leven aangetast.

De jongste jaren komt er af en toe een kruimel positief nieuws uit de misogyne feodale woestijnstaat. Zo kondigde koning Abdullah eind vorig jaar aan dat vrouwen zouden mogen stemmen bij de lokale verkiezingen van 2015, en dat ze zouden mogen zetelen in de Nationale Adviesraad. Op sportvlak beloofde men het invoeren van lichamelijke opvoeding in meisjesscholen, al is niet duidelijk wanneer dit zal gebeuren. En toen kwam vorige maand de aankondiging dat het land, net als Qatar en Brunei, vrouwen zou laten deelnemen aan de Olympische Spelen. Het IOC en gastland Verenigd Koninkrijk hadden hier stevige druk voor uitgeoefend.

Blaffen of bijten

Het terug inslikken van die belofte is een slag in het gezicht van de vrouwen in Saoedi-Arabië en in de wereld. De vraag is nu of het IOC het enkel houdt bij blaffen, of ook durft te bijten. Want in het geval van Saoedi-Arabië heeft de internationale gemeenschap - en het Westen in het bijzonder - de neiging om de andere kant op te kijken. Terwijl mensenrechtenschenders en vrouwenonderdrukkers misschien geen welkome gasten zijn, zijn oliesjeiks en hun dollars dat namelijk wel.

En dit geldt zeker voor gaststad Londen: volgens een onderzoek van London & Partners staat een Saoedi-Arabische bezoeker er met een gemiddelde van 1.900 pond per dag op de absolute nummer één van big spenders. En met de Olympische Spelen wordt verwacht dat zowel het aantal bezoekers als hun uitgaven flink zullen toenemen. Daarnaast lijken ook de Saoedische investeringen in prestigieus vastgoed hoge toppen te scheren. Saoedische investeringen zijn in het Verenigd Koninkrijk goed voor 62 miljard dollar per jaar. Het valt dan ook te vrezen dat we vanuit deze hoek geen straffe uitspraken of beslissingen moeten verwachten.

Tenzij de druk van een andere kant nog groter wordt. Dat kan. Als België en andere landen Jacques Rogge op de schouders nemen en boven zichzelf doen uitstijgen. Dit is anders dan China, deze keer gaat het over de Spelen zelf, over het IOC Charter en het nakomen van expliciete engagementen. Als de Europese Unie het Verenigd Koninkrijk eraan herinnert dat gelijkheid van mannen en vrouwen niet onderhandelbaar is. En als sportliefhebbers wereldwijd duidelijk maken dat ze niet minder verwachten van hun Spelen dan dat.

(Dit opiniestuk verscheen op donderdag 12 juli 2012 in De Morgen)

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK