18 aug 2012

Wanneer barst nucleaire cultuur?

Toen ik twee jaar geleden eerder toevallig het thema energie op mijn bord kreeg, dacht ik nog dat 'de nucleaire lobby' iets was van de vorige eeuw. Iets dat toch vooral leefde in groene kringen omdat het nu eenmaal goed klinkt. Vandaag weet ik beter. De brede nucleaire industrie heeft een totaal andere bedrijfscultuur dan elke andere economische sector. Die nucleaire cultuur van relatief dichtbij kunnen volgen is eigenlijk fascinerend. En het volgen ervan is in elk geval bijzonder relevant om beslissingen en tendensen te analyseren.

Evident is die analyse nooit neutraal. Maar eenieder stelt vast dat er op vlak van nucleaire technologie heel wat is veranderd. 'The sky is the limit. We gaan te veel energie hebben', was het credo tijdens de jaren vijftig en zestig. Wetenschappers waren in de ban van de atoomontwikkelingen (logisch). En Walt Disney toverde die sfeer op het witte doek: Our Friend the Atom, een film over de oneindige voordelen van atoomenergie, destijds in de VS verplichte kost op school voor de babyboomgeneratie.

Ondertussen behoort het ongebreidelde nucleair optimisme definitief tot het verleden. Spijtige gebeurtenissen zoals de nucleaire rampen in Tsjernobyl en Fukushima hebben gezorgd voor vraagtekens. Nog steeds zoekt men (tevergeefs) naar een oplossing voor de berging van het langlevend nucleair afval. Onflexibele kerncentrales zijn dan ook nog eens moeilijk te verzoenen met de uitbouw van hernieuwbare energie, een bron van welvaart in steeds meer landen. In een samenleving die duurzaamheid steeds hoger in het vaandel draagt, wegen zulke argumenten nu eenmaal zwaarder.

Maar als de nucleaire industrie vandaag klappen krijgt, heeft dat niet alleen te maken met de technologische argumenten. De nucleaire industrie heeft haar geleidelijke nederlaag ook aan zichzelf te danken: aan haar arrogante, wereldvreemde bedrijfscultuur, aan haar onvermogen om zich aan te passen aan een veranderende wereld. Waarden zoals transparantie en verantwoording staan in de missies van de exploitanten en de controleorganen. Maar in de praktijk zien we al te vaak het tegendeel. Dan is het rekenen op gelekte mails of rapporten.

In de nucleaire sector, zowel de private als de publieke takken, leeft eerder een stevige hekel aan kritische media, ijverige parlementsleden of assertieve ngo's. 'Wij zijn wetenschappers met een missie: het volk voorzien van stroom. Laat ons werken zoals we dat decennia hebben kunnen doen', zie je ze dan denken. Bij wijze van voorbeeld: als ondergetekende 'fanmail' krijgt uit nucleaire hoek, wordt die vaak ondertekend met de ingenieurstitel en het afstudeerjaar. Niet zelden met het vriendelijke verzoek om mij 'als politieke wetenschapper' niet in te laten met het energiedossier. Zulke kritiek is vaak zeer ideologisch en emotioneel. Het is een opmerkelijke paradox: zich beroepen op de wetenschap, maar eigenlijk minstens zo ideologisch uit de hoek komen als een old school activist.

Versta me niet verkeerd: we hebben ook in de nucleaire sector briljante ingenieurs en dat is maar goed ook. Evident staat er ook een nieuwe generatie op en zijn er bekeerlingen. Maar het waarheidsdenken van de 'nucleaire specialisten' is wel opvallend en de gevolgen ervan zijn verstrekkend. Het bestendigt een cultuur van geslotenheid en geheimhouding. Waar komt die vandaan? Vele factoren spelen een rol: het ontstaan van de civiele nucleaire technologie vanuit de militaire industrie, het vooruitgangsoptimisme van de beginjaren en het jarenlang tolereren van die cultuur door de klassieke partijen in dit land.

Geheimhouding wordt in onze samenleving genadeloos afgestraft. Dus de nucleaire industrie kan zich maar beter bezinnen. Strategisch advies van een Groen-politicus voor de nucleaire sector? De winstcijfers van Electrabel kunnen me eerlijk gezegd gestolen worden. En de populariteit van de FANC-directeurs (Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle) houdt me nu ook niet echt bezig. Maar of we dat nu willen of niet, we zullen in dit land nog lange tijd geconfronteerd worden met nucleaire activiteiten. Volgens de huidige wet op de kernuitstap is er nucleaire productie tot 2025. Dan start de ontmanteling en er is de berging van het afval. Er zijn ook nog het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) en de medische nucleaire industrie zoals in Fleurus.

Het culturele aspect zou daarom deel moeten uitmaken van een bredere doorlichting van het beleidskader inzake nucleaire veiligheid onder impuls van een regeringscommissaris. Voor de werking van het FANC zijn alvast enkele aanbevelingen te formuleren. Op dit moment heeft het FANC enkel een Wetenschappelijke Raad. Om de verantwoording uit te breiden zou daarnaast een Maatschappelijke Raad kunnen komen, samengesteld uit vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke actoren (universiteit, ngo's, etc.). Zij zouden met een andere blik de werking van het agentschap evalueren.

De nieuwe directeur-generaal, de opvolger van de bijna gepensioneerde Willy De Roovere, moet ook een ander profiel hebben: geen ex-directeur van een kerncentrale wiens nucleaire overtuiging toch nog altijd opvalt. De nieuwe FANC-directeur moet in de eerste plaats een civil servant zijn, iemand die heel goed weet wat nucleaire veiligheid anno 2012 betekent en bereid is daarover verantwoording af te leggen. Het is vloeken in de kerk, en eigenlijk ook wel een beetje provoceren, maar misschien is de tijd wel rijp voor een socioloog aan het hoofd van ons nucleair controleagentschap?

Deze opiniebijdrage verscheen op 18 augustus in De Morgen.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK