07 mei 2012

Wat mag dat eigenlijk kosten, zo’n Uplace?

Joke Schauvliege moet de finale beslissing rond Uplace nemen, maar iedereen weet dat Kris Peeters het laatste woord heeft, schrijft Hermes Sanctorum. En dus richt hij zich tot de 'MP’ hemzelve: als Peeters de talloze praktische bezwaren niet in acht neemt, moet hij gewoon neen zeggen om politieke redenen.

Geachte minister-president,

Twee dagen voor de Vlaamse verkiezingen in 2009 ondertekende u het contract met Uplace, het fameuze ‘brownfieldconvenant’. Misschien stelde u uzelf toen al de vraag of u wel de juiste beslissing nam. Maar u had tijdens de laatste dagen van uw eerste ambtstermijn zeker geen vermoeden dat door het zetten van die handtekening, de sporen werden gezaaid voor dé splijtzwam tijdens uw tweede termijn als minister-president.

Intussen is het maatschappelijk protest tegen Uplace groot geworden. En bezorgde specialisten waarschuwen u met uiteenlopende argumenten voor de gevolgen die een grootschalig winkelcentrum als dat van Uplace met zich meebrengen. Volgens Unizo betekent het een aderlating voor de kleinhandel in de stadskernen, architecten wijzen op de stedenbouwkundige horror, mobiliteitsexperts voorspellen verkeersinfarcten, heel wat luchtvervuiling volgens milieuspecialisten…

Uw leefmilieuminister en partijgenoot Joke Schauvliege moet nu definitief uitmaken of Uplace er komt of niet. De laatste horde is immers de milieuvergunning. Minister Schauvliege is verplicht om onafhankelijk van het Uplace-contract een beslissing te nemen, het kalf is dus nog niet verdronken. Maar iedereen weet dat Kris Peeters himself het laatste woord heeft in dit dossier. Daarom richt ik mij tot u. Mochten de inhoudelijke argumenten van al die wijze specialisten u niet overtuigen, wil ik u attent maken op een aantal politieke redenen om Uplace niet goed te keuren.

Eerst en vooral is er de gigantische factuur voor Vlaanderen. Wanneer de bouw van Uplace van start zou gaan, moeten heel wat infrastructuurwerken worden gerealiseerd. Heringerichte wegen en een op- en afrittencomplex bijvoorbeeld moeten de toegankelijkheid van het megawinkelcentrum garanderen. En die wegenwerken worden voornamelijk betaald door de overheid. Hoe kan u verantwoorden dat u snijdt in budgetten voor onderwijs en bespaart op beleid tegen overstromingen, maar tientallen miljoenen euro’s; pompt in een initiatief van een projectontwikkelaar?

Bovendien is het contract met Uplace slecht onderhandeld. Omdat u snel voor de verkiezingen een beslissing wilde nemen, hebt u een blanco cheque getekend er was zelfs nog geen raming voor al die noodzakelijke infrastructuur. Maar er is meer. Wanneer mobiliteitswerken moeten gebeuren ten voordele van een privaat project, wordt altijd een verdeelsleutel voor de kosten gehanteerd. De factuur valt meestal hoger uit dan geraamd en dan worden financiële risico’s; verdeeld tussen overheid en private partner. In het contract is echter voorzien dat Uplace een vast bedrag moet betalen en de overheid de rest van de factuur voor de wegenwerken. Financiële zekerheid voor Uplace, alle risico’s; voor Vlaanderen. Uw eigen Inspectie van Financiën maakt brandhout van die regeling. En intussen hebt u in het parlement zelfs toegeven dat de kosten voor Uplace werden onderschat. Hoe kan u deze financiële molensteen tegenover de Vlaming verantwoorden?

Niet alleen zijn de financiële kosten en risico’s; voor Vlaanderen groot, eens vergund zal Uplace binnen drie jaar de deuren openen. Halverwege 2015 moeten contractueel alle infrastructuurwerken klaar zijn, totaal onrealistisch. Indien u mij niet gelooft, geloof dan uw eigen administraties. Zelfs het Agentschap Wegen en Verkeer, de bouwheer van al die wegenwerken, zegt letterlijk het volgende in een recent advies: ‘Er is een grote MAAR… en dat is uiteraard dat op dit ogenblik het Agentschap Wegen en Verkeer geen garantie heeft of kan geven dat de noodzakelijke ontsluitingsinfrastructuur tijdig en volledig gerealiseerd zal zijn.’ Als zelfs de bouwheer er niet in gelooft, wie dan wel? En wat als die timing niet wordt gerespecteerd? Wil u de overheid dan nog dieper in de buidel laten tasten voor eventuele schadevergoedingen?

Tenslotte is er de partijpolitieke tol die een vergunning voor Uplace zou eisen. U zou uw geloofwaardigheid verliezen bij uw originele achterban, de kleine ondernemingen. Met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur is bovendien de CD&V-afdeling in Vlaams-Brabant als de dood voor een vergunning. Zeker in de stad Leuven, waar uw partij zelfs de schepen voor handel levert. En dan het lot van minister Schauvliege: ze heeft al zo een knullig imago op vlak van cultuur en onder haar voogdij staat het Vlaamse milieubeleid stil. De Europese normen inzake luchtkwaliteit worden systematisch overschreden, maatregelen tegen luchtvervuiling blijven uit en Uplace zou de boel verergeren. Indien Joke Schauvliege de milieuvergunning toekent, tegen het advies van haar eigen expertencommissie in, zal de politieke dodenmars weerklinken. Wanneer de eerste spade in de grond wordt gestoken, kan meteen haar politieke geloofwaardigheid mee begraven worden. Dat kan toch uw bedoeling niet zijn?

Mijnheer de minister-president, indien de ijzersterke argumentatie tegen Uplace u niet overtuigt, neem dan de politieke argumenten in achting. Uplace is niet goed voor Vlaanderen. Maar ook niet goed voor uw partij, uw ministers of uzelf.

Vind Groen in je buurt

Vind je gemeente

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat je onze website zo goed mogelijk beleeft. Lees meerOK