Mobiliteit

Het mag opnieuw vooruitgaan in ons land. Vlot openbaar vervoer, moderne deelsystemen en veilige straten: de oplossingen liggen binnen handbereik, maar de politieke keuzes blijven uit. Groen hakt de mobiliteitsknopen door. We investeren in vlot openbaar vervoer en veilige wegen voor fietsers en voetgangers. We zorgen ervoor dat je vlot kan overstappen tussen vervoersmiddelen en stimuleren slimme keuzes met een mobiliteitsbudget en kilometerheffing.

Mobiliteit is een basisrecht. Wie zich niet vlot kan verplaatsen, kan niet volwaardig deelnemen aan de samenleving. Die vervoersarmoede bestrijdt Groen met een integrale aanpak. Het STOP-principe is daarbij het uitgangspunt: stappen, trappen en openbaar vervoer moeten altijd interessanter, betrouwbaarder en comfortabeler zijn dan de personenwagen.

Zo maken we veilige routes en infrastructuur voor fietsers en voetgangers en zorgen we ervoor dat het openbaar vervoer stipter en frequenter rijdt. Het vervoernetwerk is goed leesbaar voor iedereen en brengt je vlot van a naar b. Overstappen wordt vlot en comfortabel. Zo kan je makkelijk de fiets mee op de trein nemen of de laatste kilometers afleggen met een deelfiets of -wagen, en dat allemaal met één ticket of abonnement.

Waarom we niet volop inzetten op elektrische wagens? Die zorgen weliswaar voor minder uitstoot maar staan nog steeds vast in de file. Daarom verstevigen we de STOP-strategie met een mobiliteitsbudget en een slimme kilometerheffing.

De meeste Belgen wonen op minder dan 15 kilometer van hun werk. Toch kiezen veel mensen om met de auto te pendelen. Met het mobiliteitsbudget motiveren we werknemers om slimmere keuzes te maken. In plaats van een salariswagen bieden werkgevers voortaan een budget aan dat je vrij kan besteden. De (elektrische) fiets en het openbaar vervoer worden zo een aantrekkelijk alternatief voor de dagelijkse file.

Daarnaast belonen we gezinnen en bedrijven die duurzame vervoerskeuzes maken. We vervangen de verkeersbelasting door een slimme kilometerheffing. Die stimuleert mensen om minder met de wagen te rijden, de spitsuren en drukke assen te vermijden en voor een schoner voertuig te kiezen.

Al die maatregelen gaan hand in hand met een doordachte infrastructuur en ruimtelijke ordening. Nabijheid moeten we aanmoedigen, zodat we minder lange verplaatsingen moeten maken. Dichter bij huis werken of telewerken spaart heel wat kilometers en COuit en je boodschappen in de buurt doen beperkt het vrachtverkeer en stimuleert de lokale economie.

De infrastructuur moet weer op mensenmaat en niet op auto-maat. Dat doen we met de 0/30/50/70-regel. Steden en dorpskernen leefbaar houden doen we met autoluwe of autovrije centra. We kiezen zo veel mogelijk voor fietsstraten, autovrije schoolstraten en leef- en speelstraten. Die staan voor de 0 in de 0/30/50/70-regel: de auto is er te gast. In de bebouwde kom beperken we de snelheid tot 30 km/u, op lokale wegen tot 50 km/u en op drukke gewestwegen met vrijliggende fiets- en voetpaden tot 70 km/u.

Tot slot verhogen we de verkeersveiligheid met meer snelheids- en alcoholcontroles, een hogere pakkans en sneller geïnde boetes. De verkeerseducatie op school nemen we onder handen en transformeert tot mobiliteitseducatie. We maken komaf met het autodenken en leggen de basis voor slimme mobiliteitskeuzes.


Voorstellen uit het programma

  • Kantoor, winkel, cultuurcentrum, bibliotheek, ziekenhuis, school bouwen we in een kern, zeer goed bereikbaar te voet, met de fiets én het openbaar vervoer. Bereikbaarheid wordt zo een prioriteit voor nieuwe voorzieningen.
  • We vervijfvoudigen het jaarlijkse Vlaamse budget voor fietsen. We investeren prioritair in fietssnelwegen rond stedelijke gebieden. Op gewestwegen komen er veilige fietspaden, conflictvrije en fietsvriendelijke verkeerslichten en veilige oversteekplaatsen. Verkeersveiligheid gaat altijd boven de doorstroming van het gemotoriseerd verkeer.
  • Binnen de bebouwde kom leggen we de maximumsnelheid wettelijk vast op 30 km/u. 50 km/u kan bij uitzondering, maar dan moet de wegbeheerder die keuze motiveren. Buiten de bebouwde kom is de maximumsnelheid 70 km/u enkel toegelaten als er een vrijliggend fietspad is. We maken werk van leesbare straten waarbij het gewenste gedrag van de weggebruiker (zoals de snelheidslimiet) wordt afgedwongen door de inrichting van de weg.
  • We investeren in openbaar vervoer. Dat wordt een leesbaar, hiërarchisch netwerk dat de ruggengraat van ons mobiliteitssysteem vormt.
  • Voor een vlotte mobiliteit moet er dag én nacht een alternatief zijn voor de privéwagen. In stedelijke regio’s breiden we het weekend-, laatavond- en nachtvervoer uit. Het nachtaanbod wordt aangevuld door een collectieve taxidienst en auto- of ritdelen. Op de grote treinassen rijden er ook 's nachts treinen.
  • We stemmen de verschillende vervoerswijzen en -maatschappijen optimaal op elkaar af. Zo kan je aan haltes naadloos overstappen naar andere vervoersmiddelen. Knooppunten van openbaar vervoer bouwen we verder uit tot echte mobipunten: clusters van autodeelparkeerplaatsen, veilige fietsenstallingen, haltes van gedeeld vervoer en laadinfrastructuur voor elektrische fietsen en wagens.
  • Afzonderlijke abonnementen of rittenkaartjes voor bus en trein hebben we binnenkort niet meer nodig. Tegen 2022 kan je met één kaart alle openbaar vervoer in België gebruiken. Op langere termijn maken we deze kaart verder bruikbaar voor deelfietsen en -wagens.
  • Door te investeren in doorstroming zorgen we voor een sprong in stiptheid en frequentie van openbaar vervoer. Tegen 2022 zijn alle verkeerslichten op gewestwegen afgestemd op de doorstroming van openbaar vervoer. Bij de heraanleg van gewestwegen voorzien we ruimte voor de vrije doorstroming van openbaar vervoer. Voorstadsnetten spelen een grote rol in de dagelijkse pendelbewegingen van en naar de stad: we zorgen voor een versnelling van het Brussels expresnet en gewestelijk expresnet rond Antwerpen en Gent.
  • We vervangen de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeerstelling voor personenwagens door een slimme kilometerheffing. Deze heffing hangt af van de plaats, het tijdstip en de milieukenmerken van de wagen.
  • We schaffen het fiscaal gunstregime voor salariswagens af en introduceren een mobiliteitsbudget voor elke werknemer. Dit bedrag hangt af van de woon-werkafstand en beloont verplaatsingen te voet en met de fiets. We evolueren geleidelijk naar een afstandsonafhankelijk budget om dichtbij wonen en werken te belonen.

Benieuwd naar het volledige programma van 2019?

Lees ons plan A >

 

Petitie
31%
Lees de petitie ›

Wil jij ook fijner treinen? Teken de petitie voor comfort op het spoor

Jaren van besparen laten zich voelen op het spoor. De treinen rijden niet alleen minder stipt dan ooit, ook het comfort is vaak ondermaats. Met deze drie maatregelen zorgen we ervoor dat de slogan 'de trein is altijd een beetje reizen' opnieuw een positieve bijklank krijgt. Beloon mensen die kiezen voor de trein, zorg voor fijnere treinen!

Petitie
81%
Lees de petitie ›

De trein moet de goedkoopste optie zijn voor reizen tot 1000 km. Teken de petitie

Vliegtickets worden alsmaar goedkoper, treintickets alsmaar duurder. Voor 30 euro vlieg je heen en terug naar Berlijn terwijl een weekendje met de trein naar Amsterdam intussen al bijna 100 euro kost. Dat is de wereld op zijn kop. Reizen tot 1000 kilometer moeten het goedkoopst en comfortabelst worden per trein. Treinreizen stoten immers tot vijf keer minder CO2 uit dan vliegreizen.

Petitie
52%
Lees de petitie ›

Mobiliteitsshift, nu!

Groen wil de salariswagen vervangen door een mobiliteitsbudget voor iedere werknemer en de hoge loonkost aanpakken met een lastenverlaging. Dat zijn twee vliegen in één klap.