Ruimtelijke ontwikkeling

Ons land is een lappendeken. Dat pakken we aan met doordachte ruimtelijke ontwikkeling. De ideale stad of gemeente combineert bebouwde lobben met groene en blauwe vingers die tot in het centrum doordringen. Die centra versterken we, zodat winkels en openbaar vervoer altijd dichtbij zijn. Met open ruimte springen we heel voorzichtig om, want er is al genoeg verkaveld.

We willen allemaal rustig wonen en toch winkels, openbaar vervoer en groen in de buurt hebben. In het lappendeken dat ons land vandaag is, is dat een hele uitdaging. Maar we kunnen het tij keren door voluit te kiezen voor kwalitatieve kernversterking en verdichting.

De ideale stad of gemeente mengt verschillende woontypes, publieke ruimte, water en groen. Het lobbenmodel – ook perfect toepasbaar in kleinere steden en gemeenten – combineert compacte (stads)lobben met groene en blauwe vingers die tot in de kern van de stad of gemeente doordringen. Dit brengt de nodige rust en koelte, essentieel in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Daarnaast gebruiken we de bestaande ruimte efficiënter door hoger te bouwen, compacter te wonen, ruimte te delen, functies te verweven en ruimte tijdelijk in te vullen. Basisvoorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer zijn altijd nabij en vlot bereikbaar.

De open ruimte die ons nog rest, koesteren we. Vandaag verdwijnt er nog elke dag zeven hectare open ruimte onder beton, terwijl onze woongebieden ruim genoeg zijn om aan de woonnood te voldoen. Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet de ruimtelijke verrommeling en versnippering uit het verleden aanpakken. Open gebied is voorbehouden voor onder andere landbouw, natuur, bos en water. Achterpoortjes in de wetgeving gaan onherroepelijk op slot.

Tot slot brengen we de participatie naar de 21ste eeuw. Verschillende belanghebbenden krijgen van bij het begin inspraak. Denk aan stedenbouwkundigen, architecten, verkeersdeskundigen, mensen die de geschiedenis van het gebied kennen, maar natuurlijk ook bewoners, eigenaars en belangenverenigingen. Zo creëren we draagvlak voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen.


Voorstellen uit het programma

  • We maken van het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen een bindend kader dat inzet op kernversterking en open ruimte. Om die open ruimte te behouden en versterken, sluiten we alle achterpoortjes in de wetgeving die de verdere verrommeling van de ruimte toelaten.
  • Nieuwe ontwikkelingen vinden plaats aan knooppunten van openbaar vervoer. Deze plekken inventariseren we in een atlas van verdichtingspotentieel. Kantoor, winkel, cultuurcentrum, bibliotheek, ziekenhuis, school zijn in een kern zeer goed bereikbaar te voet, met de fiets én het openbaar vervoer.
  • We vertrekken van het lobbenmodel. Groene vingers maken groen toegankelijk voor iedereen. Blauwe vingers, waterpartijen, zijn cruciaal om de gevolgen van de klimaatopwarming op te vangen.
  • Het openbaar domein geven we opnieuw aan de bewoners. Veilige en rustige buurten met plaats voor ontmoeting, en vlot toegankelijk voor wie minder mobiel is, zijn een belangrijke remedie tegen eenzaamheid in een vergrijzende samenleving. Kinderen moeten terug kunnen spelen en ravotten op straten, pleintjes en in parken.
  • We kiezen voor een duurzaam mobiliteitsbeleid dat werk maakt van het verminderen van de autodruk door middel van circulatieplannen, autoluwe en autovrije zones. We snoeien in de ruimte die wordt ingenomen door de wagen.
  • Hergebruik krijgt prioriteit. Aan elke ontwikkeling gaat een scan vooraf van leegstand, onderbenutting en restruimte binnen het ruime plangebied. We stimuleren het ombouwen van goed gelegen leegstaande gebouwen naar nieuwe (woon)bestemmingen.
  • Bij kernversterking gaan we voor een evenwicht tussen verdichting en een stad of dorp op mensenmaat. Landschappelijke en bouwkundige erfgoedwaarden zijn troeven die we behouden en versterken.
  • Hoger bouwen is op heel wat plaatsen mogelijk en wenselijk, maar we vermijden een algemene verappartementisering die geen rekening houdt met het karakter, het erfgoed en de draagkracht van de omgeving.
  • Tegen 2025 herbestemt Vlaanderen minstens de helft van de onbebouwde gronden binnen woon(uitbreidings)gebied naar open ruimte. In 2020 hebben we dit al afgerond voor overstromingsgebieden, slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden en zonevreemde ecologisch waardevolle bossen.
  • Wie zijn voordeel doet aan een bestemmingswijziging, betaalt hier een correcte belasting op (planbaten). Wiens grond aan financiële waarde verliest, krijgt een eerlijke compensatie (planschade).
  • We gaan de strijd aan met verharding binnen open ruimtebestemmingen als landbouw, natuur en bos. Eigenaars die ontharden, geven we een duwtje in de rug door een slooppremie uit te keren. Overheden spelen een voorbeeldrol door pilootprojecten op te zetten. Voor het patrimonium in handen van overheden geldt een onthardingsdoelstelling van minimum 5 procent per jaar.
  • We laten de economische meerwaarde van verdichting deels terugvloeien naar de samenleving. Via een helder gewestelijk kader voor stedenbouwkundige lasten, dragen ontwikkelaars bij aan de onmiddellijke omgeving, zoals parken, pleintjes, gezamenlijke fietsparkings of parkings voor deelauto's.

Benieuwd naar het volledige programma van 2019?

Lees ons plan A >