Dit milieubeleid is een afbraakoperatie

26 November 2025

Dit milieubeleid is een afbraakoperatie

Dit is geen beleidsnota voor leefmilieu. Dit is een beleidsnota tégen leefmilieu

Mijnheer de minister,

De BBT 2026 is de vertaling van het regeerakkoord en van uw beleidsnota — maar dan in haar meest problematische vorm. U zei bij de start van de legislatuur dat u economie en ecologie wilde verzoenen. Deze keer verwoordt u het anders: “Een balans tussen een kwaliteitsvolle leefomgeving met robuuste ecosystemen en ruimte om te ondernemen, nu en in de toekomst.” Maar een evenwichtige balans is nergens te vinden. Steeds opnieuw slaat de balans door in het voordeel van de economie.

U versoepelt de normen voor PFAS en pesticiden. U kondigt een soepeler vergunningenbeleid aan. U zet een nooddefensiedecreet in stelling waar zowat alles mag. Intussen treuzelt u met natuur- en bosbeleid. Dat is wat we het afgelopen jaar gezien hebben — en deze beleidsnota versnelt dat beleid nog. U voert niet enkel uit wat werd afgesproken, u maakt het nog een pak erger.

U schrapt alle subsidies die met natuureducatie te maken hebben en ondermijnt zo het huidige én toekomstige draagvlak. U droogt natuurorganisaties financieel uit. U bespaart zelfs op circulaire economie. Dat alles heeft drastische, langdurige gevolgen: diensten en organisaties moeten herstructureren, jobs verdwijnen, kennis en expertise gaan verloren. En u schrijft deze afbouw ook nog eens juridisch in, waardoor een toekomstige heropleving van een sterk milieubeleid nóg moeilijker wordt. Deze ontmanteling gebeurt grondig — en ze is nog niet voorbij, want ook binnen de administratie komen nieuwe besparingsrondes.

Belangrijk is echter niet alleen wat u doet, maar ook wat u niet doet.
U zorgt niet voor bosuitbreiding. U voert de bouwshift niet uit. U herleidt klimaatadaptatie tot enkel de Blue Deal, terwijl andere vormen van adaptatiebudget onvindbaar zijn. U hervormt de landbouw niet. U neemt geen enkel initiatief om het instrumentendecreet aan te passen zodat de bouwshift betaalbaar wordt. U belooft een LULUCF-plan, maar voorziet er geen middelen voor, terwijl u tegelijk de diensten die het moeten opstellen uitkleedt.

Bouwshift en ruimtelijk beleid

Er wordt opnieuw stevig gesnoeid in het bouwshiftfonds. Vorig jaar werd het lokaal bouwshiftfonds al gehalveerd en op de lange baan geschoven. En nu herhalen jullie exact dezelfde truc. Deze keer wordt 58 miljoen “ter beschikking gehouden voor later”, en van de oorspronkelijke 100 miljoen blijft in werkelijkheid slechts 42 miljoen over als effectieve uitgave. Dat betekent dat er in 2026 opnieuw wordt bespaard op het bouwshiftfonds. Net als vorig jaar wordt opnieuw 50 miljoen doorgeschoven, en daarbovenop schrapt u nog eens 8 miljoen.

Ook in de tussenkomsten voor de opmaak van een leegstandsregister wordt geknipt, net als in de ondersteuning van lokale besturen bij het opstellen van RUP’s. En middelen worden doorgeschoven naar de algemene begroting om elders te besteden. Dat is bijzonder vreemd, want in 2026 moeten net omvangrijke planschadevergoedingen worden uitbetaald na de goedkeuring van de WORG’s. Het Rekenhof stelde vast dat er in oktober 2025 al 473 dossiers in behandeling waren voor een schaderapport, waardoor de kans groot is dat de eerste betalingen effectief begin 2026 plaatsvinden. Hoe u dat rijmt met het uitstellen of zelfs schrappen van budgetten uit het bouwshiftfonds, is mij een raadsel.

Je kunt niet anders dan vaststellen dat de uitvoering van de bouwshift geen millimeter vooruitgaat. Het enige lichtpuntje is de aankondiging van de vaststelling van het BRV. Papier is geduldig, maar ik zal u dag na dag opvolgen om te zien of de ambitie van 30.000 hectare extra open ruimte effectief gerealiseerd wordt. Zonder duidelijke beleidskaders blijft dat een maat voor niets. Vorige week schetste u het tijdskader, maar u bouwt processtappen in die niet nodig zijn, u rekt en vertraagt. Er is geen enkele garantie dat dit zal landen.

In het regeerakkoord was bovendien afgesproken dat de uitvoeringsbesluiten bij het instrumentendecreet zouden worden aangepast om de bouwshift betaalbaar te maken. U beweert nu dat er een voorstel bij de coalitiepartners ligt. Ik ben benieuwd waar het vastzit, want zonder die uitvoeringsbesluiten valt alles stil.

De gevolgen van die trage bouwshift zijn duidelijk: het ruimtebeslag neemt niet snel genoeg af en de verharding blijft toenemen. Nieuwe verharding vermijden lukt totaal niet, laat staan dat we bestaande verharding zouden afbouwen. Met sympathieke acties zoals Tegelwippen komen we er niet. Vorige week nog kwam het persbericht dat er 19 voetbalvelden onthard zijn door die actie, terwijl er dagelijks 10 voetbalvelden verharding bijkomen. Dat is dweilen met de kraan open. Het wordt hoog tijd om écht in te grijpen.

En dan is er nog de conceptnota over vergunningen, waarvan u zegt dat u alle aanbevelingen wil uitvoeren. Aanbevelingen die komen van advocaten van grote projectontwikkelaars, die vinden dat een vergunning een recht is en dat burgers vooral niet te veel inspraak moeten krijgen. Ze hebben alle trucs bovengehaald om dat te verdedigen, maar een echt wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt volledig. In combinatie met de bouwshiftpauze die u instelt, is dit advies pure dynamiet. Het dreigt te leiden tot een regelrechte aanslag op de open ruimte, zonder dat actiegroepen of milieuorganisaties nog kunnen tussenkomen.

Opmerkelijk is dat die expertennota pleit voor extra mensen en middelen voor de vergunningen en voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Maar in uw budget zie ik daar geen enkele euro bijkomen. Dat toont aan dat u helemaal niet van plan bent om de vergunningverlening te versterken, maar net uit te kleden.

Ik wil daarom nogmaals de oproep van de Groenfractie herhalen: vergunningen zijn een instrument om een gezonde leefomgeving te garanderen. Ze zijn alleen effectief als ze dat doel daadwerkelijk kunnen waarmaken. Evalueer dus in welke mate vergunningen bijdragen aan een gezonde leefomgeving en pas de regelgeving aan wanneer dat niet het geval is. Alles wat daarvan afwijkt, is pure dienstverlening aan bouwpromotoren en industriëlen.

Wij dienen in elk geval een amendement in om het bouwshiftfonds niet verder af te bouwen. Dat licht ik straks graag verder toe.

Klimaatadaptatie

In de BBT komt het woord klimaatadaptatie opvallend vaak terug, maar nergens lees ik hoe er met het huidige klimaatadaptatieplan wordt omgegaan. Uw coalitiepartner beweert dat dit plan gewoon wordt voortgezet, terwijl u hier eerder iets anders over verklaarde. Intussen worden de diensten die verantwoordelijk zijn voor dit plan afgebouwd. Daarom wil ik graag duidelijkheid, mijnheer de minister: wat wordt het nu? Komt er een nieuw klimaatadaptatieplan? Zet u verder met het bestaande? En hoe zult u de acties uit dat plan opvolgen? Want zonder plan én zonder opvolging komt er van een klimaatadaptatiebeleid niets terecht.

In de vorige legislatuur was er 100 miljoen euro per jaar voorzien voor het klimaatadaptatieplan. Dat volledige budget is nu verdwenen en verschoven naar de Blue Deal. Maar vóór u opnieuw naar de Blue Deal verwijst: klimaatadaptatie gaat over meer dan waterprojecten. Het gaat ook over bomen aanplanten, hittedoden voorkomen, groene buffers creëren, ontharden, … Ik zie daar nauwelijks concrete initiatieven mét bijhorend budget voor terug.

Daarnaast stond in de beleidsnota 2025 dat er nog in 2025 een LULUCF-plan zou komen, waarin u duidelijk maakt hoeveel koolstof in de bodem wordt opgeslagen en welke maatregelen u neemt om bijkomende uitstoot door veranderend landgebruik te vermijden. U hebt de opdracht om koolstof op te slaan, niet uit te stoten. De realiteit toont echter dat Vlaanderen vandaag netto koolstof verliest in plaats van opslaat. Daarom blijft de vraag: wanneer komt dat LULUCF-plan? Hoe zult u dat opvolgen? En welk budget voorziet u? Want als ik uw BBT 2026 lees, zie ik geen enkel nieuw budget en lijkt de opvolging te zullen verlopen zoals bij het klimaatadaptatieplan: helemaal niet.

Waterbeleid

Ondanks de mooie woorden is er geen gevoel van urgentie. Na lange discussies heeft u uiteindelijk extra budget vrijgemaakt voor de Blue Deal. Maar experts kwamen in de commissie duidelijk stellen dat er minimaal 100 tot 150 miljoen euro per jaar nodig is om Vlaanderen te wapenen tegen overstromingen en droogte. In werkelijkheid heeft u het Blue Deal-plan vooral opgeladen met middelen uit de stroomgebiedsplannen, middelen die al voorzien waren. Het budget voor klimaatadaptatie werd niet apart toegevoegd, maar simpelweg onder de Blue Deal geschoven. En dan communiceert u vandaag dat er “extra kansen” zijn voor de Blue Deal. Maar aan die 100 tot 150 miljoen euro per jaar komt u nog altijd niet. Dit is gewoon cijferacrobatie.

Bovendien: we zullen in 2026 zien wat er effectief op het terrein gebeurt. U spreekt graag over de sponsdoelen voor Vlaanderen. Dat kan een vooruitgang zijn, op voorwaarde dat het niet blijft bij het formuleren van die doelen maar dat ze ook werkelijk uitgevoerd worden. En daar heb ik op dit moment helemaal geen zekerheid over.

Een veel betere aanpak zou zijn om een waterzekerheidsfonds op te richten, met een vast, jaarlijks terugkerend budget dat stabiliteit biedt en leidt tot structurele investeringen in het waterbeleid. In plaats van dit voortdurende flipflopbeleid, waar zekerheid en continuïteit ver te zoeken zijn. Daarom dienen we een amendement in om dat budget te garanderen.

Wat waterbeleid betreft, wacht ons in 2026 de grootste uitdaging: een plan opstellen om onze waterlopen voldoende proper te krijgen voor Europa. Tegen 2027 moeten volgens de Kaderrichtlijn Water alle waterlopen in goede toestand zijn. Dat is intussen totaal onhaalbaar geworden. Nu zoekt u naar manieren om een soort programmatische aanpak Water op poten te zetten, met een ‘intendant’. Maar welke concrete stappen gezet zullen worden, blijft compleet onduidelijk. Eén ding is zeker: de lat zal omhoog moeten, niet omlaag. Europa aanvaardt alleen uitstel als er een geloofwaardig pad richting proper water ligt, met voldoende garanties dat het uitgevoerd wordt. Die garanties lees ik vandaag onvoldoende in deze beleidsnota.

En tot slot: de drinkwaterfactuur. Die wordt almaar duurder én ondoorzichtiger. Om de drinkwaterfactuur betaalbaar te houden, zijn een aantal zaken noodzakelijk:

  • Zorg dat de drinkwaterbronnen proper blijven. Dat vraagt echte actie. De oplossing is zeker níét het versoepelen van normen of het onderhandelen over uitstel met Europa. De oplossing is onze bronnen beter beschermen, met strengere normen en een strikte opvolging.
  • Voer de beloofde hervorming van de drinkwaterfactuur uit. Die moet er nog altijd komen.
  • Zorg voor transparantie. U kondigde aan de waterregulator te willen inkantelen in de VNR om die transparantie te verbeteren. Maar na de vragen hier in het parlement en de hoorzitting van vorige week wordt steeds onduidelijker of dat wel doorgaat.
Natuur en bos

Vlaanderen heeft ambitieuze bosdoelen vastgelegd: tegen 2030 moet er 10.000 hectare bos bij komen. Maar dit jaar werden er amper stappen gezet richting bosuitbreiding. Aan het huidige tempo bereiken we die doelstelling pas in 2040. Dat hoeft eigenlijk niet te verbazen. In 2025 is nauwelijks een initiatief genomen, behalve een subsidiebesluit voor lokale besturen – terwijl we weten dat we er met alleen lokale besturen nooit zullen komen. Bovendien blijken grote onderdelen van het bosuitbreidingsdecreet van uw voorganger, minister Demir, zelfs niet uitgevoerd. Wil u de bosuitbreidingsdoelstelling eigenlijk wel halen? Alles wijst erop dat u op de rem gaat staan.

De aankoop van bos- en natuurgronden is aanzienlijk bemoeilijkt. De aankopen door het Agentschap voor Natuur en Bos zijn dramatisch gedaald: in 2022 werd nog 230 hectare aangekocht, in 2023 251 hectare, maar sinds u minister van Natuur bent, is dat teruggevallen tot 28 hectare – waarvan amper 12,7 hectare in 2025. Dit is georganiseerde stilstand. Vlaanderen snakt naar meer bos, maar we hebben een minister die blijkbaar geen zin toont in nieuwe natuur.

Ondertussen wordt er bespaard op het personeel van INBO, op de werkingsmiddelen van de VLM en op de aankoopbudgetten van ANB. Ook Natuurpunt wordt hard geraakt: u knipt 1,8 miljoen euro uit hun beheersubsidies. Dat betekent dat zij dezelfde oppervlakte natuur moeten onderhouden met zo’n 20% minder middelen. Dat raakt de kern van hun opdracht: zorgen voor meer en beter toegankelijke natuur in Vlaanderen. Dit betekent niet alleen geen vooruitgang, maar ronduit achteruitgang.

En u gaat nog verder. U schrapt de budgetten voor natuureducatie, want u vindt dat dit niet uw taak is. Maar educatie zorgt ervoor dat mensen begrijpen hoe natuur en milieu werken, dat ze er zorg voor leren dragen. Door die ondersteuning weg te nemen, tast u het draagvlak voor natuur vandaag én in de toekomst aan. U schrapt MOS-subsidies voor scholen, zelfs voor universiteiten. U schrapt de subsidies voor de Milieuboot, die nochtans precies tot taak heeft om uw beleid zichtbaar te maken, en waarvan het programma voor 2026 al goedgekeurd was. Dit is simpelweg niet uit te leggen.

Daarom dienen wij een amendement in om deze beslissingen terug te draaien en opnieuw werk te maken van breed draagvlak voor natuur en leefomgeving.

En dan is er het natuurherstelplan, dat klaar moet zijn tegen 1 september 2026. Maar de achterstand is gigantisch. Terwijl onze buurlanden volop werken aan hun plannen en er ook middelen voor voorzien, blijft Vlaanderen achter. Bestaande initiatieven worden gemakshalve “ondergeschoven”: het ontsnipperingsplan, het bijenplan, het haag- en houtkantenplan. Maar ook daar ontbreekt elke ambitie. Net als bij het klimaatadaptatieplan worden doelstellingen en middelen geschrapt, en wordt alles opgelost in een algemene strategie zonder instrumenten om vooruitgang te meten.

Neem nu het ontsnipperingsplan. Een evaluatie werd opgesteld, maar nooit gevalideerd. U bent bijna twee jaar minister. Vorig jaar verwees u naar het GIP; intussen is het GIP er, maar de ontsnipperingsmaatregelen niet. Wanneer komt dat plan eindelijk? En welke middelen maakt u ervoor vrij?

Het enige lichtpuntje zijn de PAS-middelen, die eindelijk worden ingezet om natuur te ontwikkelen. Maar dit zijn geen structurele middelen: ze lopen slechts tot 2030. Wat daarna gebeurt, is totaal onzeker. U vervangt structurele natuurbudgetten door ad-hocprojecten. Daarmee legt u de natuursector aan de financiële sonde van het kabinet: wie niet volgt, krijgt geen middelen. Dat is geen beleid, dat is afhankelijkheid creëren.

PFAS en andere zorgwekkende stoffen

En dan hebben we het nog niet eens gehad over PFAS. De recente onrust rond een PFAS-hotspot in Ronse toont hoe actueel en ernstig dit probleem is. Maar de maatregelen die in 2025 zijn genomen, stemmen allerminst gerust. De bestaande PFAS-normen voor grondverzet werden geschrapt en vervangen door een vage omzendbrief. Opnieuw moeten bodemsaneringsdeskundigen zelf uitmaken wat aanvaardbaar is, officieel om “maatwerk” mogelijk te maken, maar in werkelijkheid vooral om druk te zetten om de kosten zo laag mogelijk te houden.

Ook werd de risicogrenswaarde voor TFA in drinkwater vastgesteld op een niveau dat zeven keer hoger ligt dan in andere landen. Dat is verre van geruststellend. Bovendien wachten we nog altijd op PFAS-normen voor lucht. Die zouden er in 2025 komen, maar tot vandaag blijven ze uit. Wat is de stand van zaken? En wanneer worden deze normen eindelijk opgenomen in het Vlarem?

Mijnheer de minister, PFAS dreigt het nieuwe asbest te worden. Onlangs maakte OVAM bekend hoeveel asbest er nog moet worden verwijderd om Vlaanderen asbestveilig te maken. De kosten zijn gigantisch, wat ook in deze begroting zichtbaar is. Asbest zit immers overal. Jullie investeren daar nu wel meer in, maar je zou verwachten dat er lessen uit getrokken worden. U zou er alles aan moeten doen om de verspreiding van PFAS te stoppen: met strenge normen én met investeringen in sanering.

Luchtkwaliteit

Gezonde lucht is een basisrecht, maar we staan daar nog altijd mijlenver van. Het zijn bovendien steeds dezelfde kwetsbare groepen die het zwaarst getroffen worden door slechte luchtkwaliteit. De BBT houdt daar onvoldoende rekening mee, en daarom moet het luchtbeleidsplan dringend worden herzien. De vraag blijft: wat is de stand van zaken, en welke concrete acties mogen we verwachten? Voorlopig zie ik weinig ambitie om echt vooruit te gaan. We horen holle woorden over houtstook, maar weinig echte maatregelen.

Daarnaast woedt het debat over de afschaffing van de LEZ. Dat is geen goed idee: de LEZ heeft de luchtkwaliteit in onze steden aanzienlijk verbeterd, vooral in de meest vervuilde wijken waar vaak de meest kwetsbare mensen wonen. De bijkomende uitdagingen die op ons afkomen, zijn onmogelijk haalbaar als we de LEZ afbouwen zonder alternatieve maatregelen te nemen die de luchtkwaliteit verbeteren. Dat is trouwens ook wat de Raad van State benadrukt. Maar in de BBT lees ik geen enkel volwaardig alternatief. Daarom stellen wij voor om de LEZ niet verder af te bouwen. We zijn dan ook opgelucht dat die beslissing vrijdag niet is genomen.

Er wordt wel ingezet op de kaderovereenkomst Zero-emissie Stadslogistiek, maar daar lijkt geen enkel budget tegenover te staan—niet bij Omgeving en evenmin bij Mobiliteit.

Circulaire economie en afval

Vlaanderen presenteert zich graag als een voortrekker op het vlak van recyclage en circulariteit. Dat staat echter in schril contrast met de geplande besparingen. In 2025 zou een grondige evaluatie plaatsvinden van de werking van Vlaanderen Circulair. Die evaluatie toont duidelijk aan dat het tijd is voor een opschaling: de pioniersfase is voorbij. Niet langer enkel de koplopers ondersteunen, maar hen helpen om op grotere schaal een levensvatbaar model uit te bouwen — dát is wat nodig is. In plaats daarvan schrapt u net de subsidies voor Vlaanderen Circulair en vermindert u de middelen voor onderzoeksprojecten. Veel woorden over circulariteit, maar bitter weinig daden.

Daarnaast zou er eindelijk een zwerfvuilheffing komen, gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt’, in dit geval de verpakkingsindustrie. Die heffing zou 74,7 miljoen euro moeten opbrengen, waarvan 85% naar de lokale besturen gaat. Maar dat bedrag is compleet onvoldoende. De jaarlijkse kosten voor zwerfvuil worden geraamd op 160 miljoen euro, waarvan lokale besturen maar liefst 144 miljoen dragen. Bovendien: als het fonds voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet vóór 31 december 2025 wordt opgericht én gepubliceerd, komt er zelfs geen geld vrij. Met andere woorden: opnieuw, of beter nog steeds, schuift men de rekening door naar de gemeenten.

Daarbovenop voert u een eenheidstarief van 32 euro per ton afvalverbranding in. Dat moet 12 miljoen euro opleveren, voornamelijk via een hoger tarief op huishoudelijke afvalverbranding. Maar opnieuw is dit een besparing op kap van de lokale besturen. Gemeenten bepalen zelf de retributies binnen een vastgelegde vork, en veel gemeenten zitten al tegen het maximum. Zolang die vork niet wordt aangepast, kunnen de tarieven voor restafvalophaling niet stijgen. Deze maatregel heeft bovendien niets met milieu te maken. Als dat wél de bedoeling was, dan zou u de Vlarema-vork aanpassen — maar die zie ik niet terug in de lijst van wetgevende initiatieven. En dat is duidelijk ook niet uw ambitie.

Mijnheer de minister, zorgen voor een gezonde leefomgeving is zorgen voor onze gezondheid. Het lijkt erop dat u daar niet wakker van ligt. Dag na dag wordt het milieubeleid verder uitgehold.

Het beleid gaat niet vooruit, het gaat achteruit. Milieuorganisaties worden gemarginaliseerd, vergunningen worden waardeloos, en de middelen voor omgevingsbeleid worden drastisch afgebouwd. Het beleidsdomein omgeving draagt de zwaarste besparingen van allemaal.

Dit is geen beleidsnota van een minister voor leefmilieu.
Dit is een beleidsnota van een minister tegen leefmilieu.

Bekijk de hele commissievergadering