Fusie van politiezones: groter is niet automatisch beter
12 Februari 2026
De vraag is niet of we grotere structuren kunnen bouwen, maar of die grotere structuren ook leiden tot betere politiezorg voor de bevolking.
Minister Bernard Quintin werkt aan een plan om politiezones te fusioneren. De doelstelling is schaalvergroting: minder versnippering, meer efficiëntie en meer ruimte voor gespecialiseerde politietaken. Groen-Kamerlid Matti Vandemaele staat niet afkerig tegenover die ambitie, maar plaatst duidelijke kanttekeningen bij het huidige wetsontwerp.
“Wij zijn principieel niet tegen fusies.” zegt Matti Vandemaele. “De huidige situatie van 180 zones is zeker geen heilig huisje. Grotere zones kunnen efficiënter werken en meer specialisatie mogelijk maken. Maar groter is niet automatisch beter. Hervormen moet verbeteren.”
Volgens Vandemaele schiet het voorstel op drie fundamentele punten tekort: nabijheid, democratische controle en het gebrek aan duidelijke criteria voor logische fusies.
“De kracht van lokale politie ligt in haar nabijheid,” stelt hij. “Wijkagenten die hun buurt kennen, die aanspreekbaar zijn en vertrouwen opbouwen. Dat is de kern van goed politiewerk.” Hij waarschuwt dat schaalvergroting kan leiden tot centralisering en grotere afstand tussen politie en burger. “Zeker in landelijke en uitgestrekte regio’s is lokale verankering cruciaal. In het wetsontwerp zie ik geen afdwingbare garanties dat die nabijheid effectief beschermd wordt. Als diensten gecentraliseerd worden en lokale ankerpunten verdwijnen, ondergraaft dat het vertrouwen in de politie.”
Vandemaele wijst erop dat onderzoek naar community policing al jaren aantoont dat nabijheid bijdraagt aan hogere meldingsbereidheid en een betere informatiepositie van de politie. “Nabijheid verhoogt de legitimiteit van handhaving. Als die onder druk komt te staan, is dat een fundamenteel probleem.”
Ook de democratische controle baart hem zorgen. Het voorstel schaft de politieraden af. “Die werkten niet perfect, dat erkennen wij. Maar ze boden wel een forum waar strategische keuzes besproken werden en waar de korpschef rechtstreeks bevraagd kon worden.” In het nieuwe model verschuift de controle grotendeels naar de gemeenteraad. “Daar kan men enkel de eigen burgemeester ondervragen, niet langer rechtstreeks de korpschef of de voorzitter van het politiecollege. Dat maakt de controle indirecter. Uitleg achteraf is niet hetzelfde als mee richting geven.”
Volgens Vandemaele is dat problematisch omdat veiligheidsbeleid diep ingrijpt in het dagelijks leven van burgers. “Net dan moet democratische controle sterk en rechtstreeks zijn. In dit ontwerp zie ik eerder een verschuiving van controle naar informatieverstrekking.”
Tot slot ontbreekt volgens hem een duidelijk kader om tot logische en evenwichtige fusies te komen. “Vandaag is het onduidelijk op basis van welke objectieve criteria fusies zullen plaatsvinden. Zonder duidelijke parameters dreigt het risico dat vooral financieel sterke zones met elkaar fusioneren, terwijl andere achterblijven. Dat kan leiden tot een ongelijk politielandschap met verschillende snelheden.”
Hij waarschuwt ook voor fusies die vooral strategisch of defensief ingegeven zijn. “We moeten vermijden dat er opportunistische constructies ontstaan die niet vertrekken vanuit samenhangende regio’s en een gedeelde veiligheidsrealiteit.”
Groen kijkt met een kritisch oog naar de stappen die minister Quintin zet. “Als we doorgaan met deze hervorming, dan moet ze de nabijheid versterken, de democratische controle verdiepen en zorgen voor een coherent en solidair model. Zonder duidelijke garanties riskeren we een hervorming die centraliseert, maar niet verbetert.” besluit Matti Vandemaele.