Celia Groothedde: "Ik wil een wijkagent van de federale regering, geen Robocopgeroep van MR en N-VA"
14 Augustus 2025
"Macho spierballengerol zal Brussel niet redden. Sociale samenwerking met Brusselse wijken en investeringen tegen de maffiatop door de federale regering wel." - Celia Groothedde
Na de schietpartij in Molenbeek – weer een arme wijk die het slachtoffer wordt van maffiageweld – hield de Brusselse procureur des Konings Moinil, die momenteel door de maffia bedreigd wordt, een ongezien beveiligde persconferentie.
Ook in mijn Anderlechtse wijk waren meerdere shootings. Steeds golft de angst als een sluier over onze wijk. Aan metrostation Clemenceau op een kilometer afstand overleed Souleyman, amper 19 en onschuldige passant, bij een maffiaschietpartij. Aan Sint-Guido en Aumale, vlakbij, werd geschoten. Intussen rollen rechtse partijen de spierballen, wil MR een samenscholingsverbod terwijl wij na de shootings samenkwamen voor wederzijdse troost en eist N-VA onbemande camera’s en nultolerantie.
Nochtans hoorden al deze politici net als ik de échte oplossingen in hoorzittingen met de nationale drugscommissaris, procureur des Konings en korpschefs in het Brussels én federaal parlement?
Die eisen zijn onvervuld. En wij willen actie.
- De federale regering moet in Brusselse politie investeren – de verantwoordelijkheid van sloganroepers MR en N-VA. De tekorten in justitie en politie die de procureur aanhaalde vandaag zijn federale bevoegdheid; in februari al was voor de schietpartij in Clemenceau geen inspecteur over. Zés maanden stilstand! Wordt de Gaza-aanpak standaard bij de federale regering? Slogans roepen en je verantwoordelijkheid ontlopen? “Hij luisterde wel”, zei de procureur over minister Quentin. “Maar investeringen blijven uit.”
De procureur heeft gelijk. In Marseille drong een ‘opkuisactie’ de kop van de maffia terug dankzij investeringen. De federale regering verzuimt haar werk. De beloofde investeringen bij de fusie van de politiezones hangt men als een wortel voor Brussels neus. Maar de crisis is nú. - Aan Brussel stelde de procureur een andere eis: investeer in sociale actie en preventie. Álle veiligheidsspecialisten vroegen dit ook al eerder. Ze hebben gelijk dat Brussel meer in preventie en sociaal beleid moet investeren, een logische uitspraak die nu echter omstreden is.
Zonder nieuwe regering is dat zaak van moeizaam overleg. Haantjes blokkeren de regeringsvorming op hun ego’s. Sociaal beleid wordt een onderhandelspeelbal tegenover de begroting in rode cijfers, het is nochtans niet de enige plek waar je kan besparen. Bij MR en N-VA is men doof aan dat oor. Repressie en dwang moet er komen, sociale projecten die mensen eruit helpen wil men afschaffen of terugschroeven. Blijkbaar doet Robocop niet aan sociaal werk.
Nochtans toonde Zuid-Italië dat dit dé aanpak is om misdaad uit de wijken te dringen. Harde aanpak voor de top zoals de procureur wil – de doodsbedreigingen aan zijn adres tonen dat de maffia schrik heeft – sociaal in de wijken. De Molenbekenaar, Anderlechtenaar, de mens zonder papieren zijn het eerste slachtoffer in geweld én recrutering.
Jonge kinderen worden gelokt, maar ook door bedreiging gerekruteerd. Sociaal werkers vertellen over gevallen van jongeren zonder papieren die systematisch worden verkracht, van wie beeldmateriaal wordt ingezet als chantagemiddel; ze worden verslaafd gemaakt tot ze uiteindelijk als kanonnenvoer dienen voor maffiageweld. Dit zijn ‘les petites mains’ die de procureur aanhaalde.
Tegenaanpak
Maar een tegenaanpak is mogelijk. Neem Peterbos, waar de politie niet vriend maar “vijand” was en bendes de plak zwaaiden. Samen met sociaalwerkorganisatie Saamo, criminologen, jeugd- en wijkorganisaties en de politie werd het tij gekeerd. Er wordt een wijkgezondheidscentrum gepland en gerekruteerd door de politie.
Wat doet de Vlaamse regering? De sociale projecten in Peterbos niet meer steunen. Midden in een misdaadcrisis.
Van de Vlaamse en Franstalige regering gesproken: zij zijn verantwoordelijk voor zorg- en welzijnsbeleid ook in Brussel, dat is namelijk een gemeenschapsbevoegdheid. Al in 2011 sloot bijvoorbeeld De Sleutel, het laatste Nederlandstalig dagcentrum van de Vlaamse gemeenschap voor drugspreventie, de deuren. Er kwam geen vervanging.
Nogmaals: dat pleit Brussel niet vrij. In preventiebeleid is er flinke achterstand, en dat vraagt investering, geen dwangmaatregelen. Maar de Brusselse regering deed met weinig middelen wel haar best om mensen op te vangen: massaal werd er geïnvesteerd in opvangruimtes voor asielzoekende mensen – anders een vogel voor de maffia – in beleid voor dak- en thuislozen, in sociale actie.
Vaak vingen ze op wat de federale, Vlaamse, Waalse regering verzuimde. Inderdaad ja, er slapen drugsverslaafde mensen in de metrostations. Beseft men in België hoeveel Brusselse en door Brussel betaalde opvangplekken worden ingenomen om asielzoekende mensen op te vangen die de federale regering wettelijk verplicht moet opvangen, maar die op straat worden gezet? Hoezeer al die investeringen in een stad met veel armoede en diversiteit zorgen voor broze sociale vrede, en andere gewesten ten goede komen waarheen mensen vaak verhuizen als ze het beter krijgen?
Maar met de huidige budgettaire crisis en de rechtse partijen die sociaal beleid maar als geldverslindend mechanisme zien, staat dat allemaal op de helling. De sterke sociale sector verzwakt zienderogen in afwachting van een nieuwe regering, en is intussen bang voor een rechts austeriteitsbeleid dat rampzalig zou zijn voor Brussel.
Onontbeerlijk
Ook in het Brussels Parlement doen MR en N-VA immers schamper over sociale investeringen. Nochtans zijn die onontbeerlijk, ook op het vlak van veiligheid. Jeugdorganisatie D’Broej deradicaliseert jongens van manosphere- en jihad-extremisten en houdt hen op school.
Saamo steunt mensen in armoede. Integratiecentrum Foyer bouwt met zijn Romawerking tot mensen aan het werk en kinderen op school raken. De drugsgebruikersruimtes bieden sociale hulp, vluchtelingenopvang Porte d’Ulysse verwelkomt wie federaal op straat wordt gezet in Brussel. Al die mensen zijn vervolgens geholpen, maar ook geen kanonnenvlees voor de maffia. Is dat te kostelijk en soft?
Een ander soft recept is de wijkagent. Door gebrek aan federale investeringen is daarvoor geen volk. Bij inbraak of diefstal raakt de Anderlechtse politie al nauwelijks ter plaatse.
Met een wijkagent zou ik mijn zoon in ons park laten spelen waar nu een steekpartij was. De kinderen in de blokken om de hoek zouden recht op lucht en ruimte krijgen. We zouden ’s avonds in het parkcafeetje zitten – tof én sociale controle. Maar dat ging dicht na bedreigingen en pesterijen van dealers. De uitbater is gestorven aan een hartaanval. Ik mis die mens.
Een stabiele warme wijkagent zou sociale cohesie verbeteren, Molenbekenaars en Anderlechtenaars vertrouwen geven, de politie talloze informanten en bondgenoten leveren.
Ik wil een wijkagent van de federale regering, geen Robocopgeroep van MR en N-VA.
De mensen in mijn wijk voelen zich verlaten. Men verwacht terecht dat de Brusselse bevolking mee de maffia buiten houdt? Dat men de Brusselaar dan warm omarmt en beschermt in plaats van spierbalslogans uit te kramen. De oplossingen liggen er. De beloftes zijn gedaan. We wachten.