Onze jongens en mannen verdienen een bevrijdingsbeweging, niet een lui sociale-mediaverbod

17 April 2025

Onze jongens en mannen verdienen een bevrijdingsbeweging, niet een lui sociale-mediaverbod

"De serie Adolescence heeft furore gemaakt, en terecht. Zo'n jaar of 20 volg ik nu de manosphere, en deze serie bracht de radicalisering van jongens en mannen gelukkig weer in het brandpunt. Er is maatschappelijke discussie nodig, die kwam er ook, en voorlopig toont die the good, the bad and the ugly."

Een aantal specialisten geven goede raad. Een aantal mensen willen hun al dan niet gefundeerde overtuiging of expertise verkopen als absolute feiten. Ettelijke politici vatten koeien bij de horens die achteraf ezels blijken.

De pijnlijkste kapingen zaten bij extreemrechts en Vooruit. Zo verspreidde extreemrechts luid het broodje aap dat de hoofdrolspeler een jongen van kleur moest zijn en dit "politiek correcte" casting was. Nee: de meeste aanslagen door radicalisering in de manosphere worden weldegelijk door witte jongens gepleegd, al radicaliseren er stilaan ook jongens van kleur. En die radicalisering gebeurt in hoofdzaak dòor extreemrechtse actoren.

Een andere kapingspoging kwam van minister Gennez, die sociale media wil laten verbieden voor kinderen én jongeren, versleuteld met Itsme en hoger dan de huidige wettelijke grens van 13 jaar. Héél toevallig verscheen die dag in deze krant een opinie van Joeri Casteleyn, ex-woordvoerder van NVA die ook voor Lijst Dedecker werkte. Hij noemde ons "de slechtste generatie ouders ooit" omdat we onze tieners sociale media lieten gebruiken. Uitgerekend de generatie ouders met parental burn-outs die al massaal schuldgevoel opgedrongen krijgen, moest meneer Casteleyn aanwrijven dat ze "alle verantwoordelijkheid losgelaten hebben" om kinderen een beschermde jeugd te geven. En passant beweerde hij dat de wetenschap aan zijn kant stond - behalve pedagogen, vond hij nodig te vermelden - en ouders ook.

De meeste wetenschappers vinden dit soort Tech Moral Panic schadelijk en ongefundeerd. Een nieuwe metastudie over gsm's op schòol gaf qua leerwinst bij een verbod soms een beetje vooruitgang aan, soms wat achteruitgang, bij de meeste kinderen break even. Cyberbullying werd bij een verbod soms iets minder, maar meestal juist erger. De auteurs van deze metastudie benadrukten vooral de grote blinde vlek van verboden: tieners vinden via sociale media en gsm's gemeenschap, steun en liefde, vooral als ze het moeilijk hebben. Dé onderzoekster rond sociale media en een groep van haar collega's zegden in een recente analyse in the British Medical Journal dat politici overhaast naar verboden grijpen. Ze noemen die ongefundeerd en mogelijk schadelijk voor tieners, pleiten voor een stop op verboden en voor een aanpak gebaseerd op feiten én kinderrechten. Ze halen het recht op verbondenheid en gemeenschap, mentale gezondheid en welzijn aan, dat tieners online vaak vinden. Ik hoop dat meneer Casteleyn en minister Gennez die onderzoeken eens lezen.

Deze ballonnetjes leiden ook de aandacht af van echte oplossingen en problemen. Zelfs rond sociale media gaven echte experts, zoals Tom Termote, goede raad: wetgeving op algoritmes en sociale media, in plaats van verboden voor onze kinderen. Er bestaan ook goede voorbeelden van: de AI-act, de GDPR-wetgeving, de druk op TikTok om Andrew-Tate-accounts op te doeken. Of neem het labo Twitter, dat dankzij goede moderatie evolueerde van open riool naar prettig sociaal medium, om onder Musk naar samenzweringsbevorderend, extreemrechtslievend oord te kelderen. Het ligt niet aan het medium, wel aan de regels. En Tech Bro's willen geen striktere regelgeving, maar wat willen wìj eigenlijk voor samenleving?

In onze samenleving ligt immers de kern van de radicalisering van onze jongens en mannen door extreemrechts, die via internationale kanalen de manoshpere misbruiken om hun ideeën mannen door de strot te duwen. Lang voordat sociale media bestonden, spiegelden zij hen al voor dat vrouwen "femoids" zijn, niet in staat tot oprechte liefde of eerlijk denken; dat je ze blootsvoets en zwanger in de keuken moet houden; moet wurgen en slaan tijdens seks, enzovoort.
En hoe gaat het dan maatschappelijk met onze jongens en mannen? Hoeveel is er veranderd sinds de American Psychological Association zes jaar geleden in zijn baanbrekende richtlijn toegaf jongens en mannen over het hoofd te hebben gezien? De richtlijn haalde aan hoe jongens de grootste dader, maar ook grootste slachtoffer van geweld zijn. Hoe ze vroeger overlijden omdat medische hulp en preventie voor watjes is. Hoe gays nog steeds in de kast blijven uit angst voor fysieke en mentale represailles. Hoe mannen in gevangenissen massaal verkracht worden, jongens vaker verslaafd worden en door extremisten en misdadigers gelokt worden onder het mom "echte man" te worden. Hoe ze massaal schoolverlaten, mishandelde mannen nauwelijks opvangplekken vinden.

Misschien is het verschil dat ons sociaal systeem vandaag nog harder uitgehold is, we nog meer ons eigen overleven moeten verdienen, er nog grotere wachtlijsten zijn voor mentale en fysieke gezondheid, een uitkering als nog verdachter wordt gezien en verslaving of dakloosheid als je eigen schuld. Is het in deze omgeving een wonder dat jongens en mannen naar de recepten van zelfverzekerde charlatans grijpen die hen zullen leren een Alpha of Sigma te worden, in de hoop dat ze hierin niet kopje gaan? Dat ze naar traditie grijpen- al wordt de solidariteit van het verleden vervangen door man-vrouwpatronen uit de jaren '50?

Laat de maatschappelijke dialoog dus maar komen, maar niet over pleisters op een houten been. Wel over hoe we een maatschappij opbouwen waar jongens en mannen vrijer en veiliger zijn. Een dialoog over een bevrijdingsbeweging voor jongens en mannen. Voor hun welzijn, en dat van ons allemaal.