Meerwaardebelasting of luchtkasteel?
30 April 2025
“Minister Jambon - U wilt die taks niet en u zit aan de knoppen”
De discussie rond de meerwaardebelasting blijft voorwerp van debat in het Federaal Parlement. Tijdens zijn tussenkomst in de plenaire van 30 april 2025 hekelde Dieter Van Besien het gebrek aan vooruitgang in het dossier.
De meerwaardebelasting de invoering van een meerwaardebelasting een van de meest besproken punten was bij de vorming van de Arizonaregering, een regeringscoalitie gevormd na maandenlange onderhandelingen. Acht maanden lang werd er gebikkeld over deze belasting op vermogenswinsten, maar drie maanden na het aantreden van de regering blijkt nog steeds niets concreets op tafel te liggen.
Wat is het probleem?
De meerwaardebelasting is bedoeld als een bijdrage van de "sterkste schouders": mensen die winst boeken bij de verkoop van aandelen of andere financiële activa. Het idee is dat zij, in verhouding tot hun vermogen, bijdragen aan de begroting. In de praktijk blijkt echter dat dit principe onder druk staat tijdens de regeringsonderhandelingen. Volgens mij willen bepaalde regeringspartijen de welvarendste burgers ontzien. Dit terwijl er op andere domeinen, zoals pensioenen en langdurige werkloosheid, wel snel en hard wordt ingegrepen.
Daar waar sociale maatregelen in de vorm van besparingen snel en zonder veel tegenwerking worden doorgevoerd, blijft alles rond de meerwaardetaks vaag. Ik legde de regering, en in het bijzonder minister Jan Jambon, voor dat zij de maatregel ondergraven via uitzonderingen, complexe modaliteiten en onrealistische opbrengstramingen. Ik geloof dat deze uitkomst niet toevallig is, maar het resultaat is van bewuste keuzes. “U wilt die taks niet en u zit aan de knoppen” zei ik tegen Jambon.
Het inspectieverslag en de transparantiekwestie
De situatie werd nog pijnlijker toen bleek dat minister Jambon in de commissie voor Financiën had erkend dat hij het advies van de Inspectie van Financiën had ontvangen, maar weigerde de inhoud te delen. Ondertussen lekte het advies wel uit via de pers. Daaruit bleek dat de geraamde opbrengst van 500 miljoen euro niet onderbouwd was, en dat de voorgestelde uitzonderingen en uithollingen waarschijnlijk zouden leiden tot vernietiging van de wet door het Grondwettelijk Hof.
In zijn antwoord probeerde Jambon de kritiek te pareren door te stellen dat het advies gebaseerd was op een studie van de FOD Financiën, en in lijn ligt met eerdere berekeningen van de Hoge Raad van Financiën en het Planbureau. Hij benadrukte dat het advies “niet-bindend” is en deel uitmaakt van een lopend, technisch proces. Bovendien zei hij dat hij "zonder enig probleem" het advies alsnog met het parlement zou delen. Natuurlijk alleen nadat de tekst toch al gelekt was.
Een antwoord dat tekort schiet
Hoewel de minister stelt dat de wettekst nog in ontwikkeling is, en dus geen definitieve conclusies getrokken mogen worden, toont zijn antwoord fundamentele tekortkomingen. Hij geeft geen inhoudelijk weerwoord op de kritiek dat de meerwaardetaks wordt uitgehold, noch op het gebrek aan ambitie of transparantie. De bezorgdheden over de lage opbrengst, de juridische houdbaarheid en de politieke eerlijkheid van de maatregel worden niet echt weerlegd, maar eerder weggewuifd als normale onderdelen van een wetgevend proces.
Dit is onaanvaardbaar. In mijn repliek richtte ik mij expliciet tot de socialistische partij Vooruit, die nochtans zou instaan voor de verdediging van koopkracht en sociale rechtvaardigheid. Zij werken stilzwijgend mee aan een beleid dat structureel de sterkste schouders ontziet, terwijl gewone mensen wel de lasten dragen. Ik stelde voor dat men dan beter 1 mei kan afschaffen, de feestdag van de arbeid, om de socialisten gênante momenten te besparen.