Staf Aerts: "Wij kiezen voor stiptere treinen en sterk sociaal overleg, niet voor afbraak"

28 Oktober 2026

Staf Aerts:

Staf Aerts: "Wij willen stiptere treinen, meer treinverbindingen en goedkope treintickets. De treinreiziger moet terug centraal staan."

Groen stemt in de Kamer niet in met het nieuwe spoorwetsontwerp van minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke. Voor Groen-Kamerlid Staf Aerts maakt de regering het sociaal overleg bij het spoor opnieuw moeilijker, terwijl de reiziger er niets mee wint. “Wij willen de treinreiziger terug centraal.”

Voor Groen is de trein een sleutel om iedereen vlot, veilig en betaalbaar te laten verplaatsen. Dat is vandaag belangrijker dan ooit, zegt Staf Aerts: “Zeker nu de prijzen aan de pomp de pan uit swingen, moeten we nog meer inzetten op betrouwbaar, betaalbaar en comfortabel openbaar vervoer.”

Elke pendelaar die de trein neemt, maakt een verschil. “Hij helpt meteen om de fileproblemen aan te pakken en levert ook zijn bijdrage aan de strijd tegen de klimaatcrisis.” Daarom pleit Groen voor moderne en aantrekkelijke spoorbedrijven die de reiziger centraal zetten. “Dat betekent stiptere treinen, maar ook genoeg en gemotiveerde spoormedewerkers.”

Het wetsontwerp dat voorligt, wijzigt de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel. Eerder dit jaar legde de minister al een wetsontwerp voor over het personeelsbeheer bij het spoor. Aerts ziet in beide teksten dezelfde lijn: “De twee wetsontwerpen die u dit jaar voorlegt, zijn telkens bedoeld om het sociaal overleg moeilijker te maken. Ze geven de vertegenwoordigers van de werknemers minder instrumenten, en de werkgever meer.”

Voor Aerts is dat geen toeval. “U heeft als minister van Mobiliteit een kampioenstitel gehaald: meer dan dertig stakingsdagen. Die stakingen bij het spoorpersoneel zijn niet gericht tegen de NMBS, niet tegen Infrabel en niet tegen de werkgevers van de spoorwerknemers. Ze zijn gericht tegen uw beleid en dat van uw hele regering.” 

De Raad van State als scheidsrechter

De kritiek komt niet alleen van de oppositie, benadrukt hij. Ook de sociale partners en de vakbonden stellen ernstige vragen bij de plannen. Wie denkt dat dit gewoon een spelletje meerderheid tegen oppositie is, moet naar de scheidsrechter kijken. “Wat mij betreft is de Raad van State een goede scheidsrechter.” Over het vorige wetsontwerp sprak de Raad van State van een aanzienlijke achteruitgang van de bescherming van het recht op collectief onderhandelen, een recht dat in onze Grondwet gewaarborgd is. Ook over het huidige ontwerp kwam er een negatief advies, met fundamentele opmerkingen over het sociaal overleg. “Dan heeft de scheidsrechter wat mij betreft gesproken.”

Aerts maakt duidelijk wat er op het spel staat: “De CAO-0 aanpassen is geen detail. Dat is geen administratief documentje. Het is de basis van het kader van collectieve afspraken tussen de werkgevers en het spoorpersoneel. Daar wordt de werknemerszijde nu buitenspel gezet, terwijl de werkgever extra middelen krijgt om op korte of lange termijn zijn zin door te drijven.” De keuzes liggen helder op tafel. “Minister, u kiest voor flexibilisering en liberalisering. Wij kiezen voor een betere dienstverlening, betere arbeidskwaliteit en een sterk sociaal overleg. Wij willen stiptere treinen, meer treinverbindingen en goedkope treintickets. De treinreiziger moet terug centraal staan. Dit wetsontwerp, net als het vorige, draagt daar niet toe bij. Wij zullen het dus ook niet steunen.”

Toch blijft Groen bereid om mee te werken aan echte verbeteringen. “We kijken wel uit naar een wetsontwerp dat écht gaat over een betere dienstverlening voor de reiziger. Dat hebben we hier helaas nog niet gezien. Wie weet volgende maand.”