Opinie: Het kwetsbare kind van de rekening

23 Augustus 2022

Opinie: Het kwetsbare kind van de rekening

"Onderwijs is de hefboom bij uitstek om uit de armoede te geraken. Nu dreigt het eerder een glijbaan te worden naar meer ongelijkheid." (Nadia Naji)

In scholen in kansarme wijken is het leraren­tekort het grootst. Dat moet de regering aanzetten tot actie, schrijft Nadia Naji. Anders worden scholen mét leerkrachten iets voor de happy few.

Het lerarentekort nam het afgelopen schooljaar dramatische proporties aan. Die evolutie zal zich komend schooljaar gewoon doorzetten. ­Volgens de VDAB lag het aantal openstaande vacatures vorig schooljaar dubbel zo hoog als vijf jaar geleden. Een bevraging van het gemeentelijk onderwijs bij zijn scholen, gepubliceerd in juli, geeft aan dat elke basisschool in Vlaanderen voor gemiddeld één klas ofwel geen leraar vindt, ofwel alleen een leraar die niet over het juiste diploma beschikt. In het secundair onderwijs krijgt een leerling gemiddeld één uur geen les en twee uur les door een leraar zonder het juiste ­diploma.

Maar onder die gemiddelden gaan gigantische verschillen schuil. Volgens dezelfde bevraging van het ­gemeentelijk onderwijs bedraagt het lerarentekort in de provincie Limburg maar 2 procent. In steden als Gent en Brussel gaat het tekort richting 15 procent. Een bevraging van Katholiek Onderwijs Vlaanderen wees uit dat maar drie op de tien scholen in het ­katholiek basisonderwijs in Brussel vorig schooljaar een volledig team hadden. In het secundair onderwijs was dat ongeveer twee op de tien.

Jong en onervaren

Dat de tekorten in een stedelijke context het grootst zijn, is zorgwekkend. Het zijn de scholen met de meeste kansarme en kwetsbare leerlingen die de grootste tekorten kennen. Die scholen kennen al jaren een grotere uitstroom van leerkrachten, en stellen daardoor meer jonge, onervaren leerkrachten tewerk. Die starters zijn doorgaans erg gemotiveerd, maar voelen zich onvoorbereid op de realiteit in hun klas: ze hebben onvoldoende geleerd om te gaan met meertaligheid, armoede en super­diversiteit, en stromen zelf ook snel uit naar andere scholen waar de context minder uitdagingen met zich meebrengt, of ze verlaten het onderwijs volledig. De meest kwetsbare kinderen blijven zo achter met meer vervangingen en meer uren in de studie.

Dat is op z’n zachtst gezegd problematisch. Onderwijs is de hefboom bij uitstek om uit de armoede te geraken. Nu dreigt het eerder een glijbaan te worden naar meer ongelijkheid. ­Onderzoeken tonen al jaren aan dat kans­arme leerlingen het in ons ­onderwijs moeilijk hebben. De ­coronacrisis diepte de kloof nog verder uit: veel kwetsbare kinderen hadden tijdens de periodes van thuis­onderwijs geen computer of geen plek waar ze rustig konden leren, noch de middelen om ­bijlessen te ­betalen. Nu dreigt ook het leraren­tekort de meest kwetsbare leerlingen buitensporig hard te treffen. Zonder leerkracht voor de klas is achterstand niet in te halen.

Goud waard

De uitdagingen voor de regering-Jambon zijn groot. Een derde van de ­starters in het onderwijs stroomt ­binnen de vijf jaar weer uit. Om die uitstroom af te remmen is er onder meer nood aan een aangepast statuut voor startende leerkrachten, een ­statuut dat hen werkzekerheid biedt in plaats van dat ze van interimjob naar interimjob hollen, met alle ­bij­behorende kopzorgen. Ook is er nood aan meer omkadering en begeleiding, zodat de praktijkshock minder groot wordt, iets wat nu dodelijk is voor het engagement van die nieuwe leerkrachten.

Want het engagement is er écht. Deze zomer bezocht ik Teach for Belgium, een organisatie die zijinstromers coacht om aan de slag te gaan in scholen met de sociaaleconomisch kwetsbaarste leerlingen. Wat die ­organisatie doet voor startende leerkrachten en kwetsbare kinderen is goud waard. Bovendien blijkt uit ­cijfers dat leerkrachten die gecoacht worden door Teach for Belgium, veel minder snel uitstromen doordat ze beter voorbereid zijn op de werkelijkheid. Zulke organisaties versterken, zoals de Brusselse regering doet, kan een deel van de oplossing zijn voor het lerarentekort. Want ­niemand kan die enorme uitdaging in z’n eentje oplossen, minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) zal alle hulp kunnen ­gebruiken.

Er is geen tijd te verliezen, september nadert met rasse schreden. Ik kijk uit naar de trotse blikken van ouders die hun kind voor het eerst naar de kleuterklas brengen, naar tieners die voor het eerst de tram nemen richting middelbare school en naar de glimlach op het gezicht van de school­directrice die haar schoolpoort weer opent. Ik wens hen een fantastisch schooljaar, maar bovenal een voltallig lerarenkorps toe.