Opinie: Vergunningenbeleid - Efficiëntie? De bescherming van de rechtsstaat afbreken, zult u bedoelen

07 Januari 2026

Opinie: Vergunningenbeleid - Efficiëntie? De bescherming van de rechtsstaat afbreken, zult u bedoelen

Burgers die opkomen voor het algemeen belang worden als ongewenste snoodaards beschouwd en worden monddood gemaakt

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen van 7 januari 2026

Efficiëntie en rechtszekerheid klinken als neutrale beleidsdoelen. Maar de Vlaamse regering gebruikt ze als dekmantels voor een ingrijpende machtsverschuiving. Deze 'technische modernisering van het vergunningenbeleid' is in werkelijkheid een politieke keuze die inspraak en rechtsbescherming afbouwt. Niet omdat het systeem faalt, maar omdat controle als hinderlijk wordt ervaren.

Onder meer werkgeversorganisatie Voka creëerde de voorbije jaren een beeld dat het bekomen van een vergunning in Vlaanderen amper nog haalbaar is. Uit de cijfers, die zelden worden vermeld, blijkt dat dit niet klopt.

Slechts 6 procent van de aangevraagde vergunningen wordt geweigerd. Tegen 5 procent van de toegekende vergunningen wordt beroep ingesteld. Amper 1 procent belandt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat is geen ontspoord systeem, dat is hoe een rechtsstaat hoort te werken: met tegenmacht, met correctiemechanismen, met ruimte voor burgers om op te komen voor hun leefomgeving.

Tegenmacht

Toch wordt net die tegenmacht geviseerd omdat die te veel waakt over de milieudoelstellingen. Straks mogen deze niet meer centraal staan. Vergunningen worden voortaan beoordeeld op hun 'maatschappelijke meerwaarde', een vaag en politiek kneedbaar begrip. Wat als een vervuilend project jobs belooft? Welk belang primeert: gezondheid, natuur of economische winst?

Wat wordt verkocht als rechtszekerheid creëert eigenlijk beleidsvrijheid voor wie macht heeft en onzekerheid voor wie ermee moet leven. Dat we in Vlaanderen onder meer de waterkwaliteitsdoelstellingen en natuurdoelen niet halen is blijkbaar niet belangrijk, wel dat projecten die hier haaks op staan vlot vergund worden.

Ook de toegang tot de rechter wordt systematisch ingeperkt. Burgers moeten bij elk argument aantonen dat ze persoonlijk, concreet en actueel geraakt zijn. Burgers die opkomen voor het algemeen belang worden als ongewenste snoodaards beschouwd en monddood gemaakt.

Verenigingen mogen enkel nog procederen binnen strikt afgebakende statutaire doelen. Argumenten die niet tijdens het openbaar onderzoek werden aangebracht, vallen later weg. Zelfs boetes voor 'kennelijk onrechtmatig beroep' liggen op tafel. De toegang tot de rechter wordt duurder, wat niet alleen misbruik ontmoedigt, maar vooral legitiem verzet.

De rechtspraak wordt aan banden gelegd. Rechters moeten 'terughoudend' zijn en mogen beslissingen amper nog inhoudelijk toetsen. Dat is geen efficiënt bestuur, maar politieke inmenging in de rechterlijke macht.

En dan wil de Vlaamse regering ook morrelen aan fundamentele rechten. Het standstillprincipe uit artikel 23 van de Grondwet - dat garandeert dat de bescherming van onze leefomgeving niet achteruit mag gaan - wordt afgeschilderd als hinderlijk.

Zelfs het Verdrag van Aarhus, dat burgers inspraak en toegang tot de rechter garandeert, wil de regering 'herbekijken'. Hiermee breekt de huidige Vlaamse regering af wat jarenlang uitgebouwd werd om onze leefomgeving te beschermen. Het vorige Vlaamse Parlement besloot in de pfas-commissie dat de bescherming van ons leefmilieu een hogere aandacht vergde. Deze Vlaamse regering wil de fundamenten van de milieubescherming afbouwen.

Is het niet belangrijk de rechtszekerheid en vergunningverlening in Vlaanderen te verbeteren? Toch wel.

De mogelijke echte oplossingen: investeren in genoeg personeel bij gemeenten en vergunningverleners, inzetten op degelijk en vroeg vooroverleg met initiatiefnemers, zorgen voor juridisch sterke en transparante beslissingen, vereenvoudiging van wetgeving met minder uitzonderingen en afwijkingsmogelijkheden... Dat vergt middelen én de wil voor een gezonde leefomgeving te zorgen.

Het afbouwen van rechten is eenvoudiger, maar ook gevaarlijker. Wat nu als efficiëntie wordt verkocht, is stilte afdwingen. Van burgers, middenveld en rechters. Voor wie democratie, sociale rechtvaardigheid en leefbaarheid ernstig neemt is dit geen technisch debat, maar een alarmsignaal. De keuzes die op de valreep van 2025 zijn doorgeduwd, tekenen de inzet van 2026: laten we toe dat inspraak en rechtsbescherming nog worden afgebouwd of herstellen we een beleid waarin macht weer gecontroleerd wordt?

MIEKE SCHAUVLIEGE

 

Blijf op de hoogte van Miekes werk