Klimaatwetgeving beschermt Europese bedrijven tegen vervuilende import

14 September 2026

Klimaatwetgeving beschermt Europese bedrijven tegen vervuilende import

Zonnepanelen, warmtepompen en elektrische motoren zijn producten die we meer in Europa willen bouwen. Onze prioriteit is om deze groene producenten te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf.

Straatsburg, 14 september 2026 - Het Europees Parlement in Straatsburg stemt morgen definitief over de uitbreiding van de koolstofgrensheffing (CBAM) naar een breed scala aan producten die staal en aluminium bevatten, zoals wasmachines, voertuigen en auto-onderdelen. Daar voegt het parlement dankzij de Groenen ook een reeks groene producten aan toe die ze meer in Europa willen maken, zoals warmtepompen en elektrische automotoren. Europarlementslid Sara Matthieu, onderhandelaar namens de Europese Groenen, reageert: "Bedrijven die produceren in Europa met een lagere uitstoot, mogen niet de dupe zijn van bedrijven die massaal vervuilen buiten de EU. Onze werknemers en bedrijven verdienen meer bescherming tegen oneerlijke concurrentie."

Bescherming voor groene technologie

Dankzij de groenen vallen ook zonnepanelen, warmtepompen en elektrische motoren onder de koolstofgrensheffing. Producenten van deze groene technologieën concurreren vandaag tegen buitenlandse fabrikanten die hun productie baseren op goedkope, vervuilende energie.

Matthieu: "Zonnepanelen, warmtepompen en elektrische motoren zijn producten die we meer in Europa willen bouwen. Onze prioriteit is om deze groene producenten te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf. Bedrijven die hier vergroenen, mogen niet het onderspit delven tegen concurrenten die op goedkope, vervuilende energie blijven draaien. Doordat ook groene technologieën onder de heffing vallen, beschermen we jobs in onze Europese groene industrie én wint het klimaat."

Uitbreiding naar consumptiegoederen

De uitbreiding betekent dat niet alleen grondstoffen zoals staal en aluminium onder de koolstofgrensheffing vallen, maar ook talloze producten die uit die grondstoffen zijn gemaakt. Hierdoor moet er voortaan een CO₂-heffing betaald worden voor de uitstoot die vrijkwam bij de productie van het staal en aluminium erin, wanneer die producten in Europa op de markt komen. Matthieu pleit voor verdere uitbreiding: "Wat ons betreft moeten we nog veel meer producten beschermen tegen oneerlijke concurrentie, zowel verwerkte producten als plastics en delen van de (petro-) chemie. Dat zijn de meest vervuilende sectoren die vandaag gratis vervuilingsrechten krijgen. Wie vervuilt, betaalt - dat principe moet overal gelden."

Gelijk speelveld voor Europese bedrijven

De koolstofgrensheffing trad op 1 januari 2026 in werking en zorgt ervoor dat ook niet-Europese bedrijven een eerlijke prijs betalen voor hun CO₂-uitstoot wanneer ze naar de EU exporteren. Dit beschermt Europese bedrijven zoals ArcelorMittal in Gent tegen oneerlijke concurrentie uit landen met minder strenge klimaatregels. De heffing geldt al voor sectoren zoals staal, cement, aluminium, elektriciteit, waterstof en kunstmest. Parallel hieraan worden de gratis CO₂-emissierechten voor EU-industrie geleidelijk afgebouwd.

Kritiek op tijdelijk steunfonds

Naast de uitbreiding ligt er ook een voorstel voor een tijdelijk fonds om de industrie te ondersteunen. Het fonds zou 25% van de koolstofgrensheffing-inkomsten in 2026 en 2027 krijgen. Matthieu waarschuwt voor subsidies als blanco cheques: "De Commissie moet duidelijke vergroeningsvoorwaarden stellen aan de industrie om in aanmerking te komen. Anders is dit gewoon een verlenging van gratis uitstootrechten."

Volgende stap

De stemming van morgen legt de positie van het parlement vast. Daarna volgen de onderhandelingen met de Raad om tot een definitieve uitbreiding te komen. Matthieu neemt deel voor de Europese Groenen. Ook nadien kunnen nog meer producten aan de lijst toegevoegd worden - iets waar de Europese Groenen op blijven aandringen.