Opinie: Over veilig drinkwater valt niet te onderhandelen

23 April 2026

Opinie: Over veilig drinkwater valt niet te onderhandelen

Als het water vervuild is, verander je niet de norm — je pakt de vervuiling aan.

Als de Vlaamse regering de burgers geen garantie op zuiver drinkwater kan bieden, faalt ze in een van haar cruciale opdrachten, schrijft Mieke Schauvliege.

Zuiver drinkwater is geen luxe, maar een basisrecht. Veiligheidsnormen voor drinkwater bestaan om de gezondheid van mensen te beschermen, niet om economische belangen te dienen of lobbygroepen ter wille te zijn. Wanneer een overheid die normen begint te plooien omdat ze “lastig” worden, faalt ze in een van haar meest fundamentele opdrachten: haar burgers beschermen. En toch is dat vandaag precies wat er in Vlaanderen dreigt te gebeuren.

Neem West-Vlaanderen. Daar drinken mensen al meer dan een jaar water dat niet voldoet aan de Europese kwaliteitsnormen of aan gezondheidsnormen. De oorzaak? Onder meer 1,2,4-triazool, een afbraakproduct van pesticiden, en TFA, een ultrakort type PFAS dat steeds vaker wordt aangetroffen in landbouwgebieden. Uit één op de vier kranen komt water met meer PFAS in dan gezond is – je gebruikt het alvast beter niet om baby’s mee te voeden. De cijfers tonen geen toevallige pieken, maar signaleren een structureel probleem: ons water raakt steeds verder vervuild door een cocktail van chemische stoffen. De impact ervan op lange termijn kennen we amper, wel is er kans op vruchtbaarheidsproblemen en verstoring van het immuniteitssysteem. Reden genoeg om voorzichtig te zijn.

Kijken naar de bron

Maar wat doet de overheid? In plaats van de vervuiling bij de bron aan te pakken, worden de normen versoepeld. Vlaams minister van Leefomgeving Jo Brouns (CD&V) besliste om de norm voor 1,2,4-triazool tijdelijk tien keer minder streng te maken, zogezegd om de drinkwaterproductie veilig te stellen. Ook voor TFA werd een gezondheidskundige waarde bepaald die zeven keer hoger ligt dan in veel Europese landen. Anders gezegd: als het water te zeer vervuild is, passen we gewoon de normen aan.

Dat is een gevaarlijke redenering. Normen bestaan om de gezondheid van mensen te beschermen, niet om beleidsproblemen te maskeren. Door ze systematisch te verlagen, ondergraaft de overheid niet alleen die bescherming, maar ook het vertrouwen van burgers.

Nochtans klonk het bij het begin van de legislatuur anders. Minister Brouns beloofde ecologie en economie met elkaar te verzoenen en kondigde een strategisch plan aan voor de bescherming van ons drinkwater. Dat plan had er eind 2025 moeten liggen. Vandaag is het nog steeds niet klaar en werd het al meermaals uitgesteld. Ondertussen blijft de vervuiling toenemen.

Wat wel op tafel ligt, is niet echt geruststellend. Men denkt eraan om tijdelijke versoepelingen van de normen permanent te maken. En er is sprake van een grotere rol voor de industrie bij het bepalen van gezondheidsnormen voor nieuwe stoffen. Die industrie heeft natuurlijk geen baat bij heel strenge normen. Wat veilig is voor de gezondheid van de mensen, wordt bepaald door wetenschappers, en kan niet vastgelegd worden op basis van de economische belangen van bedrijven. Bovendien verschuift de focus steeds meer naar dure zuiveringstechnieken achteraf, in plaats van in te zetten op preventie aan de bron. Dat legt de factuur bij de belastingbetaler, in plaats van bij de vervuiler.

Een brongericht beleid is nochtans de enige duurzame oplossing. Zolang pesticiden en PFAS massaal in het milieu terechtkomen, blijft het dweilen met de kraan open. Vlaanderen behoort vandaag al tot de meest PFAS-vervuilde regio’s van Europa. Dat los je niet op met filters alleen.

Ook eerdere beleidsinitiatieven tonen een zorgwekkend patroon. Een aangekondigd drinkwaterbesluit werd door de Raad van State als onvoldoende bestempeld. Strengere PFAS-lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater blijven al jaren uit onder druk van economische belangen (lees: Voka). En nieuwe voorstellen beperken die normen zelfs tot drinkwaterwingebieden, alsof vervuiling zich netjes binnen die grenzen houdt.

Vrijdag volgt de echte test voor de Vlaamse regering, met drie cruciale dossiers op haar tafel: het drinkwaterbeschermingsplan, het drinkwaterbesluit en de lozingsnormen voor bedrijfsafvalwater. De vraag is of in die dossiers, die al meerdere keren werden uitgesteld, eindelijk beslist zal worden. En vooral ook: wat er zal beslist worden?

De rode draad is duidelijk: economische overwegingen krijgen systematisch voorrang op de volksgezondheid. Maar over veilig drinkwater valt niet te onderhandelen.

Als Vlaanderen het vertrouwen van de burgers wil behouden, is er dringend een koerswijziging nodig. Geen verdere versoepeling van normen, maar een ambitieus beleid dat vervuiling bij de bron aanpakt. Dat betekent strengere regels voor pesticiden en PFAS, duidelijke en afdwingbare lozingsnormen voor bedrijven, en een drinkwaterbeleid dat volledig in lijn is met de Europese standaarden.

De vraag is simpel: welk risico vinden we aanvaardbaar als het over ons drinkwater gaat? Voor steeds meer Vlamingen is het antwoord duidelijk: geen.

Kiest de Vlaamse regering vrijdag voor de gezondheid van haar burgers, of voor de verdere versoepeling van normen en uitstel van echte oplossingen? Dat is de lakmoesproef. Geen woorden meer, maar daden.