Wetenschap en technologie

Onderzoek en ontwikkeling zijn broodnodig om ecologische innovaties mogelijk te maken. Groen wil samen met bedrijven het voortouw nemen om een duurzame economie te creëren. Wanneer we technologie ontwikkelen en promoten, moeten we altijd de effecten voor mens en milieu inschatten. We zetten in op digitalisering en artificiële intelligentie, maar beseffen ook dat groene ondernemerszin en technologische innovatie alleen niet genoeg zijn om de ecologische uitdagingen op te lossen. Bij moeilijke beleidsbeslissingen steunen we op wetenschappelijke kennis en advies van onafhankelijke experts.

We investeren fors in onderzoek en innovatie. Want dat zorgt voor nieuwe inzichten, maakt het onmogelijke mogelijk en is de motor voor economische en maatschappelijke ontwikkeling. De beleidsfocus ligt op maatschappelijke uitdagingen zoals klimaat, vergrijzing en armoede. Minstens de helft van onze investeringen gaat naar fundamenteel onderzoek. Dat is onderzoek dat niet bedoeld is om dingen te maken – anders dan toegepast onderzoek – zoals onderzoek naar het ontstaan van het heelal. Zo vergroten we de menselijke kennis en leggen we de wetenschappelijke basis waarop dan verder toegepast onderzoek gevoerd kan worden.

Als politici moeten we bescheiden en objectief zijn. Niemand kan alles weten, en de kennis blijft maar toenemen. Daarom maken we beleidskeuzes op basis van wetenschappelijke bewijzen en de adviezen van kenniscentra en andere onafhankelijke experts. Als er gegevens zijn, analyseren we ze grondig voor we maatregelen nemen. Als ze ontbreken, doen we het nodige om ze te verzamelen.

Er is nog veel vooruitgang nodig én mogelijk om onze economie en industrie duurzaam te maken. In de eerste plaats met hernieuwbare energie, maar ook via mobiliteit, transport, hergebruik van grondstoffen en een circulaire economie. Heel wat bedrijven hebben dat begrepen en willen echt werk maken van milieuvriendelijke en energiezuinige processen. Sommige niet: we hoeden ons dan ook voor green washing, waarbij bedrijven zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan ze daadwerkelijk zijn. Daarnaast zorgen we ervoor dat zij opdraaien voor de schade die ze veroorzaken aan het milieu, niet de overheid of de belastingbetaler.

Met de hulp van wetenschap en technologie kan onze samenleving iets doen aan de grootste uitdagingen die voor ons liggen, zoals waterschaarste of de klimaatcrisis. Het is de taak van de politiek om de creativiteit van de mens te stimuleren, zodat we geschikte technologische oplossingen ontwikkelen. We beseffen dat je met technologie alleen niets fundamenteel kan veranderen. Maar nieuwe oplossingen kunnen de onvermijdelijke verandering in ons gedrag wel versterken, zodat de overgang naar een duurzame samenleving haalbaar wordt.

We moeten alert blijven voor de sociale en mondiale impact van technologische ontwikkelingen. Denk aan de digitale kloof, die ontstaan is door de digitalisering van onze samenleving. Of de mensonwaardige omstandigheden waarin essentiële grondstoffen gedolven worden in het Zuiden. 

Ten slotte moet ook in een digitale samenleving de overheid het voortouw nemen. We hebben Europa nodig om onze positie tegenover Big Tech te versterken. Voor de diensten aan de bevolking zetten we steeds meer in op e-government en beveiligde digitale kanalen. De toenemende beschikbaarheid van data maken het interessanter om artificiële intelligentie te gebruiken voor slimme steden en gemeenten. Daarbij baseert zo'n stad of gemeente zich op data om zijn beleid vorm te geven (denk aan een mobiliteitsplan op basis van effectief gemeten verkeer). Ook op grotere schaal – zoals in heel Vlaanderen, Brussel of België – durven we daarop inzetten, met natuurlijk aandacht voor gegevensbescherming, discriminatie en ongelijkheid.

Blijf op de hoogte